Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Jansenisme.

Jansenisme

Jansenisme betekenis

religieuze en politieke beweging uit de 17e en 18e eeuw waarin soberheid en predestinatie een grote rol spelenDe stroming ontstond vooral in Frankrijk als reactie op bepaalde ontwikkelingen in de katholieke kerk en op het absolutisme van de vorsten uit die dagen, in navolging van de opvattingen van de Ieperse bisschop Jansenius

Voorbeeldzinnen (19)

Blaise Pascal kwam onder invloed van het door de pausen veroordeelde jansenisme.

Het jansenisme van de pastoor werd niet geapprecieerd door de bevolking.

Hij had echter voordelen: hij was partijganger van de Oostenrijkse keizer, hij bestreed het jansenisme, hij was intellectueel en moreel bekwaam.

Tot in de 19e eeuw zou het jansenisme een geduchte invloed weten te behouden op het godsdienstige leven.

Zijn fel bekampen van het jansenisme leverde d'Alsace een verheffing tot kardinaal op in 1719.

Het jansenisme werd in verschillende pauselijke bullen veroordeeld.

In 1710 werd het klooster Port-Royal, centrum van het jansenisme, verwoest.

Hierdoor kwamen ze onder invloed van de godsdienstige beweging van het jansenisme.

Er is echt een zekere kennis van de Contrareformatie, het zeventiende-eeuwse jansenisme, de beweging van Port-Royal en Pascals persoonlijke verbondenheid met alledrie voor nodig om dat allemaal op zijn merites te kunnen beoordelen.

Het jansenisme kan beschouwd worden als een beweging binnen de contra-reformatie: het draait om een positiebepaling ten opzichte van kwesties die het katholicisme afscheidden van het calvinisme.

Maar het was de tijd van het Jansenisme.

Alhoewel hij hun stellingen veroordeelde, zagen orthodoxe theologen in de stellingen van Noailles zelf verwijzingen naar het jansenisme en Noailles was gekant tegen de aanvallen van de jezuïeten op de sekte.

Het waren immers de meest bezielde prelaten die zich het nauwst met het jansenisme verwant voelden.

Hij bestreed afwijkingen zoals het jansenisme en hij draaide de (relatieve) religieuze tolerantie voor een groot deel terug.

Hij kwam wel in conflict met verschillende reguliere geestelijken, die hem van Jansenisme beschuldigden.

Rond 1731 moest hij vluchten vanwege verdenking van jansenisme en vestigde zich opnieuw in Frankrijk.

Toen het Utrechtse kapittel in 1723 zelf een opvolger voor de door Rome van jansenisme beschuldigde en ontslagen aartsbisschop Petrus Codde koos, veroorzaakte dit een schisma tussen Rome en de Oud-Bisschoppelijke Clerezie (later Oud-Katholieke Kerken ).

Naast een bestrijder van de verlichting en het protestantisme toonde hij zich ook een vurig tegenstander van het caeseropapisme, het jansenisme en het jozefisme dat hij zag als een onduldbare vorm van staatsinmenging.

Veel priesters beweerden, dat de patriotten het jansenisme wilden doen herleven.