Hoe gebruik je Jasje in een zin? Bekijk 10+ voorbeeldzinnen die tonen hoe dit woord in verschillende contexten voorkomt, plus de exacte betekenis.
Jasje in een zin
Gerelateerde woorden
Jasje betekenis
kledingstuk dat romp en armen bedekt, van voren met knopen wordt gesloten en over andere kledingstukken wordt gedragen
Synoniemen van Jasje
Gebruik van Jasje
- De belangrijkste betekenis op deze pagina is: kledingstuk dat romp en armen bedekt, van voren met knopen wordt gesloten en over andere kledingstukken wordt gedragen
- Vergelijkbare woorden zijn onder meer: colbert, jekker, jas, kledingstuk.
- In het voorbeeldencorpus komt jasje vaak voor in combinaties zoals: nieuw jasje, het jasje, jasje van.
Voorbeeldzinnen (20)
Het onderzoek aan het goudkleurige pigment van het jasje van Van Ruytenburch voerde Broers uit met twee monsters uit het jasje.
Ben je ziek als je een jasje verkoopt voor €1200 of ook dit zelfde jasje koopt voor €1200.
Dus toen ik ruim een jaar geleden een leren jasje vond bij Le Bon Marché in Parijs heb ik me blauw betaald en dat bedrag tegenover mezelf goed gekletst met de redenering dat ik het jasje in kwestie jaren kan dragen.
Match bijvoorbeeld de kleur van uw jasje met uw schoenen of uw rok met uw jasje.
Agenten op straat in `nieuw jasje`Vanaf 20 oktober worden alle agenten in Oost Nederland in een nieuw jasje gestoken.
Ik weet dat de dames een leren jasje aanhebben, maar tussen jouw en mij, ook die kunnen het behoorlijk koud hebben, met hun leren jasje aan.
Zijden jasje voor bezoekers Een gevangen prooidier krijgt van de spin meteen in een mooi zijden jasje aan.
Website Moulin du Coupied in een nieuw jasje (31 december 2006) De website van Moulin du Coupied hebben wij in een nieuw jasje gestoken.
Er zitten knopen op het jasje.
Zoals de wind waait, waait zijn jasje.
Ik ga niet graag buiten zonder jasje op een zo koude dag.
Ik hou niet van dat jasje.
Ik vind het rode jasje niet leuk.
Zo de wind waait, waait z'n jasje.
Maria draagt vandaag de Duitse kleuren. Ze draagt een rode rok, een zwart jasje en een gele halsdoek.
Ze gaf hem zijn jasje, opende vervolgens de deur en vroeg hem te vertrekken.
Hij trok zijn jasje weer aan.
Dat is het jasje dat ik Tom zag dragen.
Van wie is dit jasje?
Hij wilde een nieuw jasje kopen.
Veelvoorkomende combinaties met jasje
Deze woordparen komen het vaakst voor in Nederlandse teksten:
- nieuw jasje 43×
- het jasje 18×
- jasje van 14×
- jasje gestoken 13×
- zijn jasje 12×
- een jasje 11×
- jasje te 9×
- jasje en 8×
- modern jasje 7×
- ander jasje 6×
Veelgestelde vragen
Hoe gebruik je "jasje" in een zin?
Wat betekent "jasje"?
Wat zijn synoniemen van "jasje"?
Hoeveel voorbeeldzinnen met "jasje" zijn er?
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl