Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Jat.

Jat

Voorbeeldzinnen (20)

Zoals D666 de organen jat, jat de FvD uw zetels.

Oorspronkelijk werd de straat ook Rechte Jat genoemd, de huidige Kromme Elleboog was toen bekend als de Kromme Jat.

Hij jat van alles.

Star-Burns werkt daar en jat kipvingers.

Dan jat ik wel andere.

De roadrunner jat 't vogelzaad en hup.

Als je me geen wagen geeft, jat ik er een.

Als je zakgeldje niet toereikend is, jat je gewoon.

Alsof dat schorriemorrie nog niet genoeg krijgt, jat, rooft en lastigvalt.

Ik jat me inmiddels suf met alle zelfscankassa's.

Los dat ik slecht mobiel ben dus zo jat Translink ook mijn ruim 15 euro op verlopen ov kaart af!

Of jat u de krant ook altijd uit de kroeg?

Dan wel graag in 16 talen en vergeet vooral het voorlichtingsfilmpje niet, waarin een blanke man een fiets jat van een lhbtixyz-er van kleur.

Duidelijk wel, anders jat je zo'n boom niet, maar betaal je hem aan de kassa.

In de Brusselse koffiebar JAT gaan ze nog een stap verder: daar geldt sinds twee weken een laptopverbod over de middag.

Jat ze alleen yoghurt?

Maar het idee dat er iemand anders in jouw auto heeft gereden… en dan zeker van dat soort wat je auto jat.

Pleepapier jat ik altijd bij restaurants.

Tweede kans is leuk voor iemand die een inbraak pleegt of iets uit een winkel jat.

Als tiener jat hij een keer de Porsche van zijn vader, Ludo Van Thillo, om samen met zijn vriendjes uit te proberen ‘hoe snel zo’n ding nou reed’.