Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Jodenkoek.
Jodenkoek betekenis
grote, platte koek van zanddeeg
Voorbeeldzinnen (15)
Bokkenpoot een Bokkenpoot, Jodenkoek een Jodenkoek.
Jodenkoek heet nog steeds Jodenkoek.
Zoals ook de negerzoen, de jodenkoek en zigeunersaus niet meer kunnen.
Dacht al dat ie nooit aangepakt zou worden, hup nu de Jodenkoek en daarna die roze facistenkoek.
En als dessert een Jodenkoek en een negerzoen op een bedje van blanke vla.
Negerzoen en jodenkoek mag ook al niet.
Fantastisch, ik pak nog even een negerzoen en een Jodenkoek en geniet nog na.
De jodenkoek mag gelukkig nog wel.
Geen jodenkoek, zo blijkt.
We eten iedere dag voor de lunch een bak blanke vla, met een platgestampte negerzoen en een jodenkoek.
Wat is het verschil met de Jodenkoek, Zeeuwse bolus of Hamburger?
Ik neem eerst een moorkop en een negerzoen en eet het verdriet weg met een jodenkoek.
Een enkele jodenkoek is als een maaltijd, zo goed vullen ze op de maag.
Met het vierde verhaal als uitgangspunt is de naam jodenkoek niet discriminerend, maar een verwijzing naar een heldhaftig verhaal.
Sinds de nieuwe spelling van 1996 hebben sommige producenten de naam van het product aangepast naar jodenkoek, andere producenten zijn echter de oude naam jodekoek blijven gebruiken.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl