Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Joegen.

Joegen

Joegen | Joeg

Voorbeeldzinnen (20)

De gewapende kapers joegen de passagiers angst aan.

Daarop werd zijn vader wakker en samen joegen ze de inbrekers schreeuwend het huis uit.

Volgens de onderzoekers wijst de ontdekking erop dat jonge gorgosaurussen joegen op kleine, jonge dinosaurussen.

De mentor joegen wij aldus van het podium af, de man kreeg spijt van zijn toezegging om mee te werken.

Die als je niet de juiste antwoorden gaf of wilde vluchten een kogel in de rug joegen.

In eerste instantie kwam het tot geweersalvo’s die de meeste opstandelingen op de vlucht joegen.

Omwille van land en grondstoffen joegen ze op mensen zoals op dieren.

Onderweg joegen wel twintig gruwelfiguren hen de stuipen op het lijf.

Ze joegen de bezoekers van het oude deel van de Rooms-Katholieke begraafplaats in het Brabantse Bergen op Zoom zondag de stuipen op het lijf.

In de onstuimige dagen aan het eind van de jaren ’90 joegen beleggers op alles wat ook maar enigszins met internet te maken had.

Op een warm ontvangst konden de viervoeters niet rekenen, honderden bewoners joegen de twee olifanten richting het strand.

Ronde na ronde joegen ze achter elkaar aan.

Wensdenken, halfapen hebben daar de macht weer in handen en dat gaat resulteren in dezelfde achterlijkheid als waar het land zich in bevond voordat de yankees de taliban hun holen in joegen.

Beelden van scans die tonen hoe corona zelfs jonge longen ‘tot moes kan slaan’ joegen velen al schrik aan.

De teloorgang van de Tasmaanse tijger wordt toegeschreven aan Europese kolonisten die intensief op deze dieren joegen omdat ze het op hun schapen en kippen hadden voorzien.

De vondst schoffelt de theorie dat alleen mannen op groot wild joegen, onderuit.

Eeuwenlang waren historici en wetenschappers het met elkaar eens over de rolverdeling van vroege menselijke groeperingen: mannen joegen op groot wild en vrouwen namen het verzamelen van noten, bessen en ander plantaardig voedsel voor hun rekening.

Hoewel algemeen aanvaard, is het bewijs dat in groepen joegen relatief zwak.

Mogelijk vervulden ze gedurende hun leven dan ook verschillende rollen binnen hun ecosysteem en joegen ze terwijl ze opgroeiden ook op andere prooien dan hun ouders.

Negen megawindmolens met een tiphoogte van 190 meter die de plaatselijke Friese gemeenschap, de mienskip, massaal in het verzet joegen.