Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Jongeheer.

Jongeheer

Jongeheer betekenis

een jong persoon van het mannelijk geslacht | mannelijk geslachtsorgaan, , piemel

Voorbeeldzinnen (20)

De jongeheer leeft nog in Chicago-tijd.

Jongeheer Bartleby, we moeten opschieten, anders komen we te laat voor school.

Mijn jongeheer zit vol stront.

Je zal maar geboren worden met een micropenis, een jongeheer in slappe toestand kleiner dan 5,2 cm en in staat van paraatheid niet groter dan 8,5 cm.

Wij slaan spijkers in hardhout met onze jongeheer.

De eigen woning is de plek waar een jongeheer zich het beste thuisvoelt.

Olifant gaat schrijlings over de kuil staan, laat zijn jongeheer zakken en Muis klimt daarlangs de kuil uit.

Toch maar je jongeheer in een flesje hangen.

Dat er in de bak ook nog maar een flinke klodder spuug op de jongeheer van Grote Henk wordt gedaan voordat hij wordt ingewijd.

Exposeer je jongeheer aan de motoragenten in leer.

Om het te bewijzen doet hij zijn gulp open, legt zijn jongeheer in de bek van de krokodil en geeft het beest een keiharde klap op zijn kop.

Dus ook al zou hij een jongeheer van 25 centimeter hebben, dan nóg lukt dat niet.

Doe ik als man ook altijd, om mijn argumenten te onderstrepen: ik laat mijn jongeheer uit mijn gulp bengelen.

Een paar dagen geleden zat ik in de trein naast een zwarte jongeheer die aan werkelijk alle racistische stereotypen voldeed.

Ik zou als jongeheer gelijk premium-lid worden als ik me aan zoiets lulligs zou storen.

Komt-ie, waarde collega: ik vind dat de jongeheer Baudet de kritiek die hem ten deel is gevallen deels over zichzelf heeft afgeroepen.

Vast niet vanwege een gebrek aan fantasie, maar een effectieve zaadlozing met een jongeheer van 3 kilometer?

Volgens de Japanse wetenschappers kan het oefenen van de bekkenbodemspieren voor een langere pas maar ook voor een flinkere jongeheer zorgen.

Waar die Humberto met zijn jongeheer in heeft zitten kliederen.

As ik alleen al de kop van het kereltje Peggold zie moet ik al kotsen, dat wordt nog wat als ik hem in zijn blote reet, met z'n jongeheer omhoog, zie!