Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Josias.

Josias

Josias | Josia

Voorbeeldzinnen (18)

In 1663 krijgt de secretaris van de stad, Josias Harn, het recht om het water dat zich in een moerassig deel verzamelde, af te dammen en dit moeras af te graven tot een visvijver.

Na de oorlog was Josias von Heeringen tussen 1918 en 1926 voorzitter van de Kyffhäuserbund.

Na de voltooiing van de ontwikkeling van de staatstructuur werd Josias Hoffman in april van dat jaar die eerste staatspresident van de Oranje Vrijstaat.

DKS en Josias zijn vier handen in 1 reedt.

Josias is van Agt ophalen.

Josias zal dus wel een post als Hoge Commissaris voor de Worteling van de Radicale Islam in Noordwest-Europa krijgen, met een jaarsalaris van 350K schoon en een budget van 25 mio per jaar, uiteraard jaarlijks te indexeren.

Of Cori Josias 'Takin’It Straight', een arpeggiorijke psychedelische discotrack uit begin jaren tachtig?

Josias (Sies) van de Velde, geboren op woensdag 20 december 1882 in Rotterdam.

Van de geboorte is aangifte gedaan op donderdag 22 oktober 1863 met als getuigen: Josias Risseeuw en Cornelis de Fouw.

In 1748 en 1782 voerden respectievelijk Johann Andreas en zijn zoon Johann Josias onderhoudswerkzaamheden uit.

De choreografie werd verzorgd door Josias Priest.

De vertegenwoordigers van de burgers uit de Oranje Vrijstaat verkozen daarop Josias Philip Hoffman tot voorzitter van de voorlopige regering.

Deze werd in 1691 gesticht door Josias Olmius, naar Duits voorbeeld.

Jan Josias Westenberg, zoon van luitenant-kolonel Jan Oosterijn Westenberg en Maria Henrietta van Pothof, trouwde op 9 januari 1795 te Arnhem de kolonelsdochter Helena van Hulsteijn.

Zonen Zijn zoons waren marinekapiteins Josias de Moor en Abraham de Moor, zijn kleinzoon luitenant Cornelis de Moor.

Franz Josias verlegde zijn residentie naar Coburg, terwijl Saalfeld de residentie bleef van Christiaan Ernst.

Het kasteel werd in de periode 1663 - 1678 gebouwd in opdracht van graaf Josias II van Waldeck.

In 1913 en 1914 speelde hij de rol van Josias Jefferson in de operette Het farmersmeisje (Das Farmermädchen) van de Hongaarse componist Georg Jarno op een libretto van Georg Okonkowsky.