Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Joviaal.

Joviaal

Joviaal | Joviaals

Joviaal betekenis

opgewekt en tegelijk aardig en vriendschappelijk in de omgang | goedgunstig, genereus, gulhartig

Synoniemen van Joviaal

Voorbeeldzinnen (20)

In het zuiden gaat het er gemoedelijker aan toe, en ze zijn er op het eerste gezicht allemaal vriendelijk, joviaal en beleefd, een beetje zoals in Limburg.

Mensen die hem kennen bestempelen hem als joviaal, charmant.

Pechtold was een joviaal mens in vergelijking met dit wassen beeld.

Bescheiden, joviaal tegenover wie hij vertrouwt.

Hoe durft die van Weyenberg zich nog zo opzichtig en joviaal door de Tweede Kamer der Staten Generaal te bewegen na zijn tweets die Omtzigt, totaal onterecht, foutief en misplaatst, beledigd hebben?

Sommigen in paniek en angstig, anderen juist heel joviaal.

De andere hand steekt hij joviaal uit.

Hij is in een opperbeste stemming en begroet joviaal bekenden met zijn ‘hallo, hoi’.

Hugo wordt steeds zelfverzekerder in een kekke legging met dansschoentjes op weg naar het Catshuis, onderweg de Premier met kekke hoodie en fiets joviaal begroetend.

Deze Nederlandse bank gaat heel joviaal tegen me doen en zeggen dat het Oké is.

We bereiden ons net voor op een zenuwslopende wachttijd, toen een suppoost op ons afkwam, die met een joviaal gebaar de deur voor ons opendeed en ons doorverwees naar een knutselruimte voor kinderen.

Zijn controledrift is minstens zo groot als die van Mark Rutte, ook al zijn beide politici naar buiten toe permanent joviaal.

Daarbij had hij een goedhartig en joviaal karakter dat hem niet aanzette tot getrancheerde houdingen of grote ambities.

Daarnaast botsen hun karakters nogal, aangezien Neal stijf en netjes is en Del juist joviaal en chaotisch.

De schutters zijn buitengewoon levendig afgebeeld: niet stijf geposeerd, zoals in veel andere schuttersportretten die tijd, maar natuurlijk, joviaal en vaak uitbundig bewegend.

Godfried was volgens eigentijdse schrijvers knap, rossig, joviaal en een uitstekende ridder, maar met een koud en egoïstisch karakter.

Hij was niet om geld en schulden verlegen, olijk in de omgang met potentieel cliënteel, joviaal en een goede huisvader.

Voor de oudgedienden kwam de Papoea wellicht soms onbehouwen, voor de jongere Nederlander eerder joviaal en pragmatisch over.

Ze is een pittige dame die rechtdoorzee is, maar evenzeer joviaal, complexloos en goed van inborst.

De stemming onder de boeren was joviaal.