Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Kaakgewricht.

Kaakgewricht

Kaakgewricht betekenis

het gewricht tussen de onderkaak en het slaapbeen van de schedel

Voorbeeldzinnen (20)

Pas na verdere bestudering van het kaakgewricht bleek dat Oligokyphus een cynodont was: bij zoogdieren bestaat het kaakgewricht uit één stuk bot, terwijl dit gewricht bij cynodonten nog uit meerdere botdelen bestaat.

Bij de Triheledonta is dit kaakgewricht nog erg simpel, zonder knobbel op het os dentale of groeve in het squamosum.

Bij het articulare, het bovenste achterste bot van de onderkaak, toont het kaakgewricht putjes die kunnen duiden op een onvolgroeid zijn van het individu.

Bij het quadratum wordt het kaakgewricht geheel in tweeën verdeeld door een middelste trog.

De afstand tussen de eerste bovenste kies en het kaakgewricht is groot in plaats van klein.

De belangrijkste onderdelen van het kaakgewricht.

De buitenste knobbel van het kaakgewricht is afgerond.

De grote hoektanden (sabeltanden), de lange renpoten en het flexibele kaakgewricht maakten Lycaenops een uitstekende jager.

De kaken zijn zeer langgerekt — het gedeelte voor de oogkassen maakt 85% van de schedellengte uit — en buigen spits toelopend sterk naar boven, totdat de raaklijn van de punt van de snuit haaks op de lijn bij het kaakgewricht staat.

De onderkaak is achteraan veel hoger zodat het kaakgewricht op hetzelfde niveau ligt als de tandrij.

De onderkaak is achteran relatief laag en het kaakgewricht heeft daardoor weinig ruimte om nog lager uit te komen dan de tandrij.

De onderrand van het angulare kromt naar boven, het kaakgewricht ver boven de tandrij plaatsend, wat de bijtkracht verhoogt.

De ondersteuning voor het onderste kaakgewricht, de processus retroarticularis, is uitzonderlijk lang.

De Rubidgeinae onderscheiden zich weer door een verdikte beenbalk achter het oog, een extra brede achterkant van de schedel, een dikkere bovenrand van de oogkas en een zeer diepe jukbeenboog waarvan de onderrand tot onder het kaakgewricht reikt.

Een vrij krachtige beet was echter mogelijk door een laag gelegen kaakgewricht.

Er zijn veel mensen die door problemen van het kaakgewricht last hebben bij het bewegen van de onderkaak.

Helemaal achteraan steekt het onderste gewrichtsvlak van het kaakgewricht boven de kaaklijn uit.

Het achterdeel van de onderkaak is bijzonder dun en taps toelopend zodat het articulare dat het kaakgewricht vormt erg laag gelegen is.

Het achterste naar boven gerichte uitsteeksel van de onderkaak, de hier relatief lage processus coronoides, wordt voornamelijk door het surangulare gevormd, waar het haaks ten opzichte van het vlak van het kaakgewricht omhoog draait.

Het articulare draagt achteraan een lang retroarticulaire uitsteeksel dat overdwars breder is dan het onderste kaakgewricht.