Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Kaakje.

Kaakje

Kaakje | Kaak | Kaakjes | Kaaks

Kaakje betekenis

klein, vrij hard baksel van meel dat bij de koffie of de thee genuttigd wordt

Voorbeeldzinnen (13)

En was dat met een Maria kaakje?

Geld om uit eten te gaan of eten te halen was er niet; doordeweekse dagen waren de snacks beperkt tot een kaakje bij de thee en af en toe een dropje (ééntje, nooit twee of meer; OK, toen we wat ouder werden, werden het 2 of 3 Kokindjes).

Het Kaakje is de naam van de trofee die straks wordt uitgereikt.

Met je blozende jongetjes kaakje.

Snap dat iedereen hier boekhouder is en ze graag heel Calvinistisch aan één kaakje bij de thee wil hebben, maar ik weet niet of we daar nou gelukkig van worden.

Voor aanvang van het bezoek grapte de gemeente dat ze net zoals minister Willem Drees een 'karig kaakje bij de thee' doen voor het bezoek uit Den Haag, om de financiële situatie goed aan te kaarten.

Een kaakje bij de thee met melk, gvd lang geleden.

Dat karige kaakje uit de koektrommel van huize Drees zou de heren ervan hebben overtuigd dat hun steundollars hoognodig waren én dat elke donatie beslist welbesteed zou zijn aan die zuinige Dutchmen.

Ik doe mijn handwerk gewoon lekker op de bank, kopje thee met een kaakje ernaast.

Welnee, die neemt dat gebroken kaakje mee naar een moskee om te leren hoe je met losse handjes om moet gaan.

Het mysterieuze Floresmensje laat zich weer zien: paleontologen hebben op het Indonesische eiland Flores één fossiel kaakje en zes tanden van de dwergmens gevonden.

Bij de dierenarts ontdekte ze dat de voormalige zwerfkat een gebroken kaakje en twee hagelkorrels in zijn hoofd had, vermoedelijk doordat hij was aangeschoten.

Een kaakje met kokos en suiker bestrooid wordt wel Brusselse kermis genoemd.