Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Kaakspieren.

Kaakspieren

Voorbeeldzinnen (20)

Dat doet het kleinere zoogdier met die bredere, kortere kop, waar relatief dikkere kaakspieren aan vastzitten.

Naast de passie voor het lopen, is het sociale aspect net zo belangrijk bij de Bonnetes en dus worden vooral de kaakspieren ook goed getraind.

Smallere oogkassen zorgen bovendien voor meer beschikbare ruimte voor de kaakspieren.

Achter het oog is een opening in de schedel aanwezig die een groter aanhechtingsoppervlak biedt voor de sterke kaakspieren, ook is het gewicht van de schedel hierdoor lager.

De algehele robuustheid van de schedel was waarschijnlijk een gevolg van sterk ontwikkelde kaakspieren.

De harde dekschilden van kevers en de huisjes van slakken worden gekraakt met de grote kop en krachtige kaakspieren.

De kaakspieren van de hagedis zijn zeer krachtig.

De kaakspieren van Dimetrodon maakten kauwen mogelijk, waardoor de vertering sneller en efficiƫnter kon verlopen.

De kaken waren bezet met puntige tanden en achter aan de kop zaten grote aanhechtingspunten voor kaakspieren.

De kop van de warana is relatief klein en gedrongen, de kop is ook licht gebouwd en heeft geen krachtige kaakspieren zoals veel andere zeeschildpadden.

De openingen zijn erg groot zodat de verbindende schedeldelen relatief smal zijn en dienen als aanhechtingspunten voor de kaakspieren.

De schedel is breed en flexibel met een lange, gehaakte snavel en aanhechtingspunten voor sterke kaakspieren.

De soldaten hebben een bijzonder groot hoofd door de verontwikkelde kaakspieren, deze gebruiken zij om de grotere, hardere zaden open te kauwen.

De vorm en het aantal van de tanden verschilt sterk per soort, evenals de kracht van de kaakspieren.

Het dier had een zwaar gebouwde schedel met een kort gezicht en zeer robuuste kaken met aanhechtingen voor krachtige kaakspieren en een goed ontwikkelde tong.

Het drinken aan de borst zorgt bij de baby's en kinderen voor minder gaatjes, een rechter gebit en betere kaakspieren.

Omdat er geen extreem bijtvermogen nodig was en de kaakspieren ook niet hoefde te kauwen, werd de achterkant van de schedel kleiner.

Veel soorten die grotere prooien eten hebben een opvallend brede bek en krachtige kaakspieren zodat de prooi niet kan ontsnappen.

Zoals de naam al aangeeft, zijn al deze agressieve soorten berucht om de sterke kaakspieren en grote, harde kaken.

De eerste menselijke voorouders aten vooral stevige planten, waarvoor grote kaakspieren en kiezen nodig waren om het voedsel af te breken.