Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Kaashandelaar.
Kaashandelaar
Kaashandelaar betekenis
iemand die voor zijn beroep kaas in- en verkoopt
Voorbeeldzinnen (13)
De kaashandelaar vermoedt dat het stringente Europese importbeleid te maken heeft met de beslissing van de Britse regering afgelopen oktober om af te wijken van de Europese voedselstandaarden.
De gebeeldhouwde kaashandelaar is een statige man met fors postuur, terwijl Wim de Hoop klein van stuk was.
De basis voor Casolith werd in 1920 gelegd, toen kaashandelaar Pier Jans Talsma (1887) de bedrijfsinboedel van het kort daarvoor opgerichte Scheepstra Caseïnewerken overnam.
De kaashandelaar zoekt volgens een woordvoerder nog naar manieren om de financiële schok te boven te komen.
De bouwplaat van de kaashandelaar uit Kerkdriel is bestemd voor winkeliers.
AMSTERDAM'Listen: ik houd van je' Met die woorden had de klusjesman zijn liefde willen verklaren aan de wijn- en kaashandelaar, bij wie hij op het moment de zaak verbouwt.
Bestuur Vereniging het Friesch Dagblad Het spijt hem vreselijk, maar kaashandelaar Kruize aan de Wortelhaven in Leeuwarden is onverbiddelijk: de winkel is gesloten, de dames moeten de volgende dag maar terugkomen.
Eén kaashandelaar is aangehouden voor verhoor.
Mijn vader, kaashandelaar te Groningen, was een groot liefhebber van de natuur.
De kaas werd zeer populair, in 1873 verkochten ze de verkooprechten aan een Parijse kaashandelaar, en al in 1874 deponeerden ze het Port Salut handelsmerk.
Hij hernam vervolgens zijn commerciële activiteiten, als veehandelaar en daarna als kaashandelaar.
Hij werd kaashandelaar in Blankenberge en op markten.
Oprichting en groei De basis voor Casolith werd in 1920 gelegd, toen kaashandelaar Pier Talsma (1887) de bedrijfsinboedel van het kort daarvoor opgerichte Scheepstra Caseïnewerken overnam.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl