Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Kamelen.

Kamelen

Voorbeeldzinnen (20)

Gunship 2000, vliegen door het Midden-Oosten, en dan als ik een kudde kamelen tegenkwam spel pauzeren, op zoek naar Zappa's Hot Rats, het nummer It must be a Camel aan, en alle kamelen aan gort knallen met het boordkanon.

Waren we maar kamelen dan wordt dat lekker von hinten ietsje lastiger, en zeker als we Turkse kamelen zouden zijn want die hebben een trekhaak.

Christenen blonken uit door hun lange vasten en de heidenen waren zeer kieskeurig: de een mocht alleen vlees van jonge kamelen eten, een ander alleen van mannelijke kamelen.

Eenbultige kamelen worden ook dromedarissen genoemd.

Tom en Maria reden op kamelen.

Tom en Maria reden op kamelen door de woestijn.

Het is niet moeilijk om kamelen te onderscheiden van dromedarissen, want terwijl de dromedaris maar één bult heeft, heeft de kameel er twee.

Ik vind kamelen leuk.

Ik hou van kamelen.

Kamelen hebben drie oogleden.

Sami heeft veel kamelen.

Waarom haten kamelen paarden?

Layla wist alles van kamelen.

Layla was bang voor kamelen.

Sami verkoopt kamelen in Caïro.

Sami rijdt op kamelen, ezels en paarden.

Sami's kamelen zijn behoorlijk ervaren.

Kamelen zijn de schepen van de woestijnen.

Toen er brand uitbrak in de stad, riep men hulp in van vrouwelijke soldaten om de apen en kamelen in de dierentuin te redden.

De vrouwelijke soldaten gaan te paard met de honden naar de kamelen.