Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Kampeerder.

Kampeerder

Kampeerder | Kampeerders | Kampeerden

Kampeerder betekenis

iemand die, gewoonlijk tijdens de vakantie, in een tent bivakkeert

Voorbeeldzinnen (20)

Ik hoorde dat een Zuid-Amerikaanse kampeerder door een anaconda is opgegeten.

Een lokale kampeerder in een camper zou de brand gemeld hebben.

Dat een van haar zonen een Tsjechische kampeerder aanviel en een andere een Nederlander doodbeet, heeft Jon niet verbaasd.

In plaats daarvan is de kampeerder aangewezen op een kooktoestel buiten de caravan of een barbecue.

ACSI Campings Europa is de onbetwiste keuze voor de kampeerder.

Ben je een goed kampeerder?

Daar zit ook het geld bij dat kampeerders besteden op de camping, een gemiddelde kampeerder geeft per dag 42,60 euro uit.

Hebben we daar mensen als Albert de kampeerder niet voor?

Kampeerder in Nederland krijgen de komende 24 uur veel regenwater te verwerken.

Met een nieuwe camping wil de stad beter tegemoet komen aan de noden van de moderne kampeerder.

Van Rees was een ervaren kampeerder.

Hij speelde daar een kampeerder en kwam in diverse afleveringen voor.

De kampeerder zou voornamelijk actief zijn in de omgeving van Rijssen en slaapt in een groene Fiat Panda.

Het zou zelfs de meest geharde kampeerder voorgoed kunnen genezen, maar noch mijn vader, mijn zuster (nu professioneel buitensportmens) en ik (amateurkampeerder) hebben het afgeleerd.

Maargoed, ik ben geen VAG kampeerder verder.

Ik ben niet zo’n kamper ehh kampeerder.

Ideaal voor Je Eigen Kraam is dat Hardenberg zoveel campings heeft en dat menig kampeerder de weg naar de winkel al heeft gevonden.

Twee weken geleden werd de eerste dakloze kampeerder met zijn hond door wandelaar Alex van Eijk opgemerkt.

Ze hebben vaak ook wel wat weg van een bejaarde kampeerder.

De skottelbraai vond zijn weg naar menig kampeerder vanwege de multi-inzetbaarheid.