Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Kanoën.

Kanoën

Kanoën betekenis

varen in een smalle boot die met behulp van peddels wordt voortbewogen | zich per kano ergens naartoe begeven

Synoniemen van Kanoën

Voorbeeldzinnen (20)

Wildwater kanoën en rafting: De Morvan is tevens geschikt voor wildwater kanoen en rafting.

Sami houdt van kanoën.

Ik vind kanoën leuk.

Tom en Maria gingen kanoën.

Tom houdt van kanoën.

Tom vindt kanoën leuk.

Er is ’n alternatieve lintjesregen, Nelli Cooman is op bezoek om de jeugd op sportgebied wijze lessen te leren, we nemen ’n kijkje bij het kanoën, de kindermarkt komt voorbij en natuurlijk de versierde kinderfietsjes.

Gelukkig gaan de leden onverminderd door met kanoën gedurende de wintermaanden, er is geen sprake van een winterstop.

Je stelt jezelf teleur als je denkt overmorgen tot 16.59 uur te kunnen kanoën omdat je telefoon zegt dat het pas om 17.00 uur gaat regenen.

Maar vandaag ging het om het (Open) NK freestyle kanoën in de Spiegelwaal.

Waarom is er zo weinig aandacht aan de nobele sport: 80 km grachten kanoën.

Zelf brood bakken, honing proeven, suppen of kanoën, bij het kampvuur naar verhalen luisteren, uilenballen uit elkaar plukken of een pijl en boog maken.

Ik ga soms midden op de dag kanoën.

Kanoën mag ook niet meer.

Twee werknemers lieten zich stiekem constant inchecken door hun vrouwen, terwijl andere werknemers incheckten en vervolgens gingen kanoën, winkelen of met vrienden op stap gingen, schrijft de Britse krant.

Veel activiteiten vinden hier voornamelijk in de zomer plaats, zoals suppen, zwemmen en kanoën.

De Cam is een populaire rivier voor onder andere roeien en kanoën.

Het meer is toegankelijk voor toeristen die er kunnen kanoën of rondvaren met een motorboot.

Tegenwoordig wordt ze vooral gebruikt voor pleziervaart, roeien, kanoën en 'punting'.

Ze hield van zwemmen, zeilen en kanoën en haar interesse voor de wetenschap had zij al op jonge leeftijd.