Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Kariem.

Kariem

Voorbeeldzinnen (6)

Dat begint te vervelen’’, vult Kariem aan.

Tweedejaarsstudenten Jim (21) en Kariem (19) zijn de coronamaatregelen ‘goed zat’, vertellen zij onder het genot van een broodje bapao bij de Leidse Markt.

Het Openbaar Ministerie vindt dat er genoeg gronden zijn om Kariem in verzekering te stellen.

Toch zegt assistent-bedrijfsleider Kariem Abdalla van City Hall nooit klachten te horen: „Mensen zien het verschil niet tussen een groot of klein fluitje.

Ze kruisthet pad van Semmier Kariem.

Hierna haalde Dick Roelofs op bord 4 het eerste wedstrijdpunt binnen tegen Kariem Droog, hoewel hij in de fase van middenspel naar eindspel beter dacht te staan, moest hij toch genoegen nemen met remise: 10-4.