Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Kartelingen.

Kartelingen

Kartelingen | Karteling

Voorbeeldzinnen (20)

Aan de basis van de tandkroon is er een gedeeltelijk verdikte rand die vooraan scherp naar boven uitsteekt en zelf ook weer voorzien is van kartelingen.

Alle tanden hebben kartelingen op de voorrand en achterrand.

Beide tanden hebben fijne kartelingen aan de snijranden en missen een verdikking aan de tandbasis ofwel cingulum.

De achterste tanden hebben kartelingen aan hun achterste snijranden; de voorste daarentegen missen die volledig, een kenmerk dat eerder alleen van vogels gemeld was.

De enige bekende maxillaire tand is sterk afgeplat en heeft kartelingen op zowel de voorrand als de achterrand die helemaal tot aan de spits doorlopen.

De kartelingen bestaan uit twaalf vrij grove vertandingen.

De kartelingen bij de voorste dentaire tanden ontbreken en zijn erg klein bij de meer achterste dentaire tanden.

De kartelingen op de voorranden zijn zwak gevormd.

De kartelingen zijn laag en beitelvormig met een dichtheid van vijftien per strekkende centimeter.

De lange maxillaire tanden zijn dolkvormig en afgeplat met kartelingen aan beide snijranden.

De meeste tanden zijn klein, een centimeter lang, en bladvormig met kartelingen om plantenmateriaal mee te scheuren.

De praemaxillaire tanden van de voorste bovenkaak hebben alleen kartelingen aan de basis van de tandkroon.

De premaxillaire en dentaire tanden missen kartelingen op de voorrand.

De premaxillaire tanden hebben geen kartelingen.

De premaxillaire tanden hebben grote kartelingen op de achterrand maar slechts minuscule vertandingen op de voorrand.

De soorten zijn minder dan een meter lang en hebben een lage platte kop, zo'n zes centimeter lang, met scherpe kegelvormige tanden zonder kartelingen.

De tanden hebben alleen kartelingen op de achterrand, een afgeleid kenmerk.

De tanden hebben daarentegen nog de meer oorspronkelijke vorm en zijn de hoofdrichels en kartelingen nog niet verloren.

De tanden hebben overdwars afgeplatte kronen met een driehoekig zijprofiel en kartelingen aan beide snijranden.

De tanden hebben zelf ook een aparte vorm: ze zijn niet afgeplat en bladvormig met grote kartelingen, ingesneord aan de basis, maar meer cilindervormig met heel fijn vertandingen op de snijranden en een lichte kromming naar achteren.