Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Kashouder.

Kashouder

Kashouder | Kashouders

Kashouder betekenis

de beheerder van de kas; persoon die belast is met het bijhouden van de kas | winkelier in gouden en zilveren voorwerpen

Voorbeeldzinnen (5)

Dan ontvangt de kashouder maandelijks een bedrag van € 600,- die ze uitkeert aan een van de deelnemers, eventueel met aftrek van haar bemiddelingspremie (vaak één maandinleg).

De echtgenoot van een deelneemster zou namelijk de kashouder kunnen bewerken om haar pot voor één keer aan hem uit te keren; hij is immers de echtgenoot.

Een deelnemer die te laat betaalt brengt dus de kashouder in problemen, want zij moet dan haar eigen geld inleggen om aan de verplichting te voldoen.

De kashouder heeft gewoon besloten dat de exoot meer opbrengt dan de andere plantjes, en laat de goedkope arbeidskrachten gewoon massaal de paarse bloempjes plukken en verkoopt ze aan buitenlandse kashouders.

Nadelen Een dergelijk informeel systeem waar vroeger bovendien alleen met contant geld werd gewerkt is buitengewoon gevoelig voor fraude, zowel van de kant van de deelnemer als van kashouder.