Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Kauwgom.

Kauwgom betekenis

een zacht samenhangend snoepgoed dat niet bedoeld is om in te slikken

Voorbeeldzinnen (20)

Peuken en kauwgom zijn zoveel schadelijker voor het milieu dan gedacht Weinig mensen beseffen dat je op plastic kauwt als je kauwgom in je mond hebt.

Meike, Sanne, Jiska en Maud uit Groningen willen iets doen aan al het kauwgom op straat en gaan verteerbare kauwgom maken op basis van natuurlijke ingrediƫnten.

Ook wanneer kauwgom in aanraking komt met bijvoorbeeld, het haar, kleding of vloerbedekking, dan is het verwijderen van kauwgom een secuur klusje, waarbij goede tips en deskundig advies zeer belangrijk kunnen zijn.

Er zit een stukje kauwgom aan mijn schoen.

De kauwgom kleefde aan de schoenzool.

Heb je kauwgom?

Tom slikte zijn kauwgom in.

Als je kauwgom in je mond hebt, spuug het dan uit.

Hij spuugde zijn kauwgom uit.

Elke keer als ik Tom zie, zit hij kauwgom te kauwen.

Ik heb een pakje kauwgom.

Ik slikte per ongeluk mijn kauwgom in.

De kauwgom is tien cent.

Ik ben verslaafd aan kauwgom.

Tom en Mary spuugden hun kauwgom uit.

Tom kauwt op kauwgom.

Stop met zoveel kauwgom kauwen, je gaat je mond verknoeien.

Waar is de kauwgom?

Als je kauwgom in je mond hebt, spuug hem dan uit.

Tv is kauwgom voor de ogen.