Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Kauwtjes.

Kauwtjes

Voorbeeldzinnen (16)

De kauwtjes daarentegen hoef je maar 1 keer te voeren en ze eten als het ware uit je hand.

Grote aantallen kauwtjes verstoren dagelijks mijn rust.

Vroeger twee kauwtjes gehad, dat is een klein soort kraai.

Die Kauwtjes staan anders ook bekend als aardige nestrovers.

Er zijn idd veel te veel kauwtjes urk.

Geen meesje meer over hier sinds de opmars der kauwtjes en eksters.

In deze harde storm hangen de Kauwtjes aan hun tandvlees in de platanen; waarom gaan ze niet ergens beschut zitten?

Kauwtjes in de gemeenschappelijke 'tuin' van het Jacques Urlusplantsoen.

De gemeente moet de overlast van kauwtjes effectiever aanpakken.

De kauwtjes kapen de vetbol weg en ik laat ze hun gang gaan.

Hoekenezen kenden de huiskraaien vooral van rond het Vispaleis en de fietsenstalling bij het station en verwarden ze meestal met 'kauwtjes'.

Toch heb ik liever kleine vogels aan de vetbol dan kauwtjes.

Ik heb gelukkig geen kauwtjes in de tuin, ik heb ze wel gehad.

Verder komt er nog een klein groepje Kauwtjes lang en later nog een tweede groep Kleine Zwanen.

Van kauwtjes is bekend dat ze brutaal zijn, maar dit heerschap!

Kauwtjes zijn kleine kraai-achtigen.