Wil je Keer correct in een zin gebruiken? Deze 20 voorbeeldzinnen tonen het woord in context, samen met de betekenis.
Keer in een zin
Gerelateerde woorden
Keer betekenis
telkens terugkerend tijdstip waarop iets gebeurt
Voorbeeldzinnen (20)
Daarvan verloor de Trots van het Noorden tien keer, werd het negen keer gelijk en werd er slechts vier keer gewonnen.
De eerste keer maakte het geen indruk, de tweede keer begon het op te vallen en de derde keer werd het echt sneu.
Ik heb het afgelopen week een paar keer geprobeerd, maar het is gewoon elke keer (3 keer), herstel: 22 keer kut.
Ook werd de Belg twee keer vierde, één keer zesde, twee keer achtste en vier keer haalde hij niet de top tien.
De vier anderen kregen van het OM een eis van twee keer zeven, een keer acht, en een keer negen jaar te horen.
De Serviër won behalve tien keer de Australian open ook Wimbledon (7 keer), de US Open (3 keer) en Roland Garros (2 keer).
In totaal speelt de Drentse club 18 keer op zondag, 12 keer op zaterdag, 3 keer op vrijdag en één keer op de woensdagavond.
Wel typisch dat Microsoft zelf hier keer op keer op keer op keer zijn eigen deadline vergeet te handhaven.
Ze won vier keer de Australian Open, drie keer Roland Garros, vijf keer Wimbledon en vier keer de US Open.
Van de 21 keer dat beide landen elkaar troffen, won Oranje tien keer, verloor het zeven keer en speelde het vier keer gelijk.
Hij einde vijf keer in de top tien van het eindklassement: drie keer in de Vuelta a España en twee keer in de Tour de France.
Dit houdt in de ene keer wel dan twee keer niet, dan drie keer weer belonen, dan een keer weer niet enz.
Ursa verschijnt maar drie keer, een keer in "Zuko Alleen" een keer de ontknoping en nog een keer bij een nachtmerrie van Zuko.
Moest ze de vorige keer tot drie keer toe haar oefening onderbreken, dit keer hoefde ze maar één keer een noodlanding te maken.
Keer op keer worden de Kiev-fanboys in hun hemd gezet en hun argumenten keer op keer van tafel geveegd.
Zij 15 keer aan de grond gelopen, liep 16 keer averij op, vloog twee keer in de brand, had 7 aanvaringen en is 2 keer gezonken.
Keer op keer wimpelt Vattenfall de klacht af, en keer op keer gaat hij een treetje hoger op de ladder.
Het werd vijf keer gelijk, FC Groningen won vijf keer en Excelsior trok acht keer aan de langste eind.
Hij zou haar twee keer misbruikt hebben: één keer in Parijs in 1998, en één keer op St. Barts in 1999.
In 2019 wonnen ze zes keer goud, vier keer zilver en een keer brons - nooit kwamen ze met een beter WK-resultaat thuis dan toen.
Zinsdelen met keer
Deze zinsdelen hebben een eigen pagina met voorbeeldzinnen waarin de hele combinatie voorkomt:
Veelvoorkomende combinaties met keer
Deze woordparen komen het vaakst voor in Nederlandse teksten:
- keer op 131×
- op keer 113×
- twee keer 74×
- één keer 68×
- drie keer 64×
- keer de 52×
- een keer 46×
- vier keer 42×
- keer in 33×
- vijf keer 26×
Veelgestelde vragen
Hoe gebruik je "keer" in een zin?
Wat betekent "keer"?
Hoeveel voorbeeldzinnen met "keer" zijn er?
Over deze voorbeelden
De 20 voorbeeldzinnen op deze pagina bevatten het volledige woord keer. We verwijderen dubbele, te korte, onvolledige en technisch vervuilde zinnen automatisch. De betekenis is afkomstig uit Wiktionary. Lees meer over de bronnen en controles op de pagina over Voorbeeldzinnen.info of bekijk hoe je een correctie meldt.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl