Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Keerden.
Voorbeeldzinnen (20)
Aan een kruispunt keerden de rollen zich om; een van de twee daders haalde een machete tevoorschijn, de dieven keerden zich en reden met volle snelheid op het koppel af.
De alpinisten volbrachten de beklimming, maar ze keerden niet veilig terug.
Alle bezoekers keerden terug naar huis, de ene na de andere.
Ze keerden nooit terug naar hun land.
Ze keerden zich tegen Duitsland.
Op het einde van de dag, vermoeid en hongerig, keerden de boeren terug naar huis.
De leerlingen onderbraken het protest en keerden terug naar de klaslokalen.
De kinderen keerden onwillig terug naar de bus.
We keerden na onze lange reis uitgeput huiswaarts.
We keerden terug naar ons hotel.
Ze keerden zich om om naar hem te kijken.
Ze keerden terug naar de bibliotheek.
De mensen gingen op de vlucht en keerden niet terug.
Waarom keerden ze niet om?
Maar ze biechtte het op aan de Resident en we keerden haar tegen hem.
Aanvankelijk was het de bedoeling dat het verblijf in Nederland tijdelijk zou zijn, maar nadat de militairen bij aankomst ontslagen werden, keerden zij en hun gezinnen niet meer terug.
Andere deelnemers gingen met pensioen, vielen opnieuw ziek uit of keerden terug naar de oorspronkelijke job.
Bedrijven die het dividend tijdens corona tijdelijk hadden geschrapt, keerden weer uit.
Bewoners keerden terug – en toen barstte de bom.
Bij Charleroi keerden Bager, Heymans, Morioka en Bernier terug in het elftal.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl