Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Keken.

Keken

Keken | Kek | Kekste

Voorbeeldzinnen (20)

Tom en Maria keken elkaar aan, toen keken ze naar Johannes.

Keken ze écht omdat jij keek, of keken ze naar jou omdat je vergeten was een broek aan te trekken?

Jullie keken namelijk heel vaak, maar jullie keken alleen op het kanaal van PowNed.

Maar ze keken, ze eisten en steeds opnieuw moest je aan die eisen voldoen, je tonen zoals je moest zijn, want zij keken toe - en niet verslappen en vervagen.

Op de seksfeesten keken de eigenaren van de honden keken toe hoe vrouwen seks hadden met hun honden.

De coureurs keken zaterdagochtend om 7 uur uit het raam van hun hotel en toen stond hij er nog maar toen ze een kwartier later weer keken was het waardevolle voertuig uit 1965 verdwenen.

Buurtbewoners van de wijk Buitenpepers in Den Bosch keken raar op toen ze vrijdagochtend naar buiten keken.

Hoewel er donderdag minder mensen naar het debat keken dan in voorgaande jaren, keken toch 51,3 miljoen Amerikanen naar het optreden van de president – het grootste kijkerspubliek voor een evenement in deze campagne tot nu toe.

We keken elkaar aan en zeiden: ‘een leeuw, nee, die is niet zo gevlekt, een cheetah, nee, daar was hij te log voor”, we keken elkaar nogmaals aan en realiseerden toen dat we een luipaard hadden gezien.

Maarliefst 2,3 miljoen mensen keken naar Ik hou van Holland op RTL 4, terwijl 'slechts' 1,1 miljoen mensen keken naar Lieve Paul.

Na het middageten keken we tv.

We keken allemaal uit het raam.

Eerst zagen ze de rommel, vervolgens keken ze elkaar aan.

De mannen keken Jessie in stilte aan.

We keken allemaal door het raam.

We keken naar een baseballwedstrijd op televisie.

We keken uit het raam, maar zagen niks.

We keken hoe de kinderen speelden.

Zij keken naar elkaar.

Alle jongens keken naar Tom.