Vraag je je af hoe je Kenschetsende in een zin gebruikt? Hieronder staan 4 voorbeeldzinnen uit authentieke Nederlandse teksten. .
Context rond Kenschetsende
- Gemiddelde zinslengte in deze voorbeelden: 20 woorden
- Plaats in de zin: 0 begin, 1 midden, 3 einde
- Zinsoorten: 4 stellend, 0 vragen, 0 uitroepen
Corpusanalyse van Kenschetsende
- In deze selectie staat "kenschetsende" meestal aan het einde van de zin. De gemiddelde voorbeeldzin telt 20 woorden en het corpus bestaat hier vooral uit stellende zinnen.
- Direct rond het woord vallen vooral behoorlijk, eigenschappen, zwartgalligheid en beschrijving op; die woorden geven extra context aan het gebruik van "kenschetsende".
- Herkenbare gebruikssignalen zijn toch behoorlijk kenschetsende beschrijving van en van zijn kenschetsende eigenschappen zou. Daardoor krijgt deze pagina eigen corpusinformatie en niet alleen losse voorbeeldzinnen.
- Qua corpusfrequentie ligt "kenschetsende" dicht bij woorden als aaaaa, aaaaahhh en aabo, wat helpt om het woord binnen de bredere woordenindex te plaatsen.
Voorbeeldtypes met kenschetsende
Dezelfde corpuszinnen zijn hieronder uitgesplitst naar lengte en zinsoort, zodat je sneller ziet in welke soort context het woord voorkomt:
Voor een romanschrijver is het historische terrein een gegeven, waaruit hij kenschetsende karakteristieken distilleert. (14 woorden)
Bij zijn eerste kamp verraste hij het publiek door zijn snelheid, die een van zijn kenschetsende eigenschappen zou blijven. (19 woorden)
Dan volgt een redelijk onschuldige, maar toch behoorlijk kenschetsende beschrijving van Muller: ‘“Dat wist ik al,” is zijn lijfspreuk. (19 woorden)
Menigeen, ook de betrokkene zelf, miskeek zich op de duurzaamheid van die aantrekkingskracht: tien jaar geleden al zinspeelde De Wever zelf met kenschetsende zwartgalligheid op een naderende neergang. (28 woorden)
Bij zijn eerste kamp verraste hij het publiek door zijn snelheid, die een van zijn kenschetsende eigenschappen zou blijven. (19 woorden)
Dan volgt een redelijk onschuldige, maar toch behoorlijk kenschetsende beschrijving van Muller: ‘“Dat wist ik al,” is zijn lijfspreuk. (19 woorden)
Voorbeeldzinnen (4)
Bij zijn eerste kamp verraste hij het publiek door zijn snelheid, die een van zijn kenschetsende eigenschappen zou blijven.
Menigeen, ook de betrokkene zelf, miskeek zich op de duurzaamheid van die aantrekkingskracht: tien jaar geleden al zinspeelde De Wever zelf met kenschetsende zwartgalligheid op een naderende neergang.
Dan volgt een redelijk onschuldige, maar toch behoorlijk kenschetsende beschrijving van Muller: ‘“Dat wist ik al,” is zijn lijfspreuk.
Voor een romanschrijver is het historische terrein een gegeven, waaruit hij kenschetsende karakteristieken distilleert.
Veelgestelde vragen
Hoe gebruik je "kenschetsende" in een zin?
Hoeveel voorbeeldzinnen met "kenschetsende" zijn er?
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl