Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Kerkelijken.
Voorbeeldzinnen (16)
Alsof niet-kerkelijken/niet-moslims geen sociaal leven hebben!
Dat zij niet moeten vervallen tot zich volvretende en lamzuipende kerkelijken die blaten als Hermogenes.
Het zijn ook relatief veel niet-kerkelijken of (ex-)katholieken die op Forum hebben gestemd, waarmee de trend wordt bevestigd dat (ex-)katholiek Nederland bepalend is voor de richting die de Nederlandse politiek in slaat.
Wat een eigengereid figuur, religie de boventoon voerend, alsof er niet meer niet-kerkelijken zijn dan wel gelovenden in sprookjes.
Ze bedacht als eerste predikant rituelen voor niet- kerkelijken - honderden uitvaarten, dopen en huwelijken begeleidde ze.
Maar vergeleken met bijvoorbeeld laagopgeleiden en streng kerkelijken van autochtone komaf zijn de verschillen minder groot.
Als twee derde van de ondervraagden aangeeft te bidden, betekenen een en ander dat ook veel niet-kerkelijken bidden.
In de progressieve hippiejaren moest de kerk het ontgelden; wat een spot hebben de kerkelijken niet over zich heen gekregen!
Het zijn Bijbelstudie-groepjes waar niet-kerkelijken elkaar ontmoeten en onder begeleiding van een theoloog de Bijbel lezen.
De doelgroepen voor deze diensten zijn nog steeds de kerkelijken en de randkerkelijken.
Kerkelijken en seculieren geven hun stem aan de wereld en denken zo er de schijn van medezeggenschap en macht voor terug te krijgen, maar staan met lege handen.
Maar ook door het in afhankelijkheid van de HERE openstellen van kerkelijke activiteiten en de komst van randkerkelijken, ex-kerkelijken en onkerkelijken daar actief te stimuleren.
Dit hield in dat de gemeente, die anders waarschijnlijk op termijn opgeheven had moeten worden, zich meer dan voorheen ging richten op niet-kerkelijken.
De SPD schoof pas in 1959 met het programma van Bad Godesberg naar het politieke centrum, accepteerde in 1960 de binding met het Westen en richtte zich meer en meer ook aan kerkelijken onder de kiezers.
Religie Groningen heeft een zeer hoog percentage niet-kerkelijken (1999: 59% bron CBS), vooral in de stad en het oosten van de provincie, waar het percentage destijds al boven de 60 lag.
Van de kerkelijken bestaat de helft uit katholieken (29 procent), terwijl 9 procent hervormd is, 6 procent aangeeft tot de Protestantse Kerk in Nederland te behoren en 4 procent gereformeerd is.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl