Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Ketjen.

Ketjen

Voorbeeldzinnen (19)

In 1953 werd onder Amerikaanse licentie een katalysatorfabriek gebouwd (Ketjen Catalyst of Cyanamid-Ketjen).

De naam verwijst naar medeoprichter en later enig firmant Gerhard Tileman Ketjen.

De tweede keer trouwde hij met Eva Ketjen en samen hadden ze ook twee kinderen.

De volgende schepen heetten alle Elisabeth, naar de dochter van Lambert Ketjen.

Via Ketjen de Nieuwedammerdijk op en dan over de Beemsterweg de Ring op.

Zo'n honderd personen hebben zich gemeld, schat PVV-fractiemedewerker Joost Ketjen van de provincie Utrecht.

Datzelfde geldt voor de chemische fabriek van Ketjen in Amsterdam-Noord.

De bouw van tweeduizend woningen kan daardoor in ieder geval niet doorgaan – en er liggen bestemmingsplannen voor nog duizenden andere woningen bij de Raad van State, waarin die nog uitspraak moet doen over bezwaren van Ketjen.

De chemische fabriek Ketjen, hemelsbreed drie kilometer van de Dam, maakt bezwaar tegen een grote nieuwe woonwijk in de buurt van de fabriek.

In Amsterdam is dit, naast bij Ketjen, ook zichtbaar bij een scheepswerf van Damen Shipyards in Noord: die moet later dit decennium wijken voor woningbouw.

Ketjen, onderdeel van de Amerikaanse multinational Albemarle, maakte bij de Raad van State bezwaar, en won de zaak in maart – paradoxaal genoeg door te beargumenteren dat de fabriek gevaarlijk is.

De naam Ketjen leek door dit alles verdwenen, maar reeds in de jaren zeventig werd een joint venture bereikt tussen het toenmalige Akzo en het Japanse Sumitomo Metal Mining.

Enkele delen van de vestingwerken zijn nog zichtbaar, zoals het Bourgonjebolwerk aan de IJsselkade, ook bekend als 'de Bult van Ketjen'.

Ketjen was een van de eerste Nederlandse zwavelzuurfabrieken.

Trivia Op het laboratorium van Ketjen werd clandestien ook jenever gestookt, waarop de bezoekers verrast werden.

Zijn vader was directeur van de zwavelzuurfabriek Ketjen en zijn ouders woonden aan de Koninginneweg en later in de Johannes Verhulststraat in Amsterdam.

Al begin jaren 70 was bijna alle vervoer met de spoorpont van en naar Ketjen, en was nog maar een fractie bestemd voor de Distelweg.

Hij was samen met Rudolph Ketjen en Johan Julius Sigismund Sloet een van de financiers die de Arnhemse Orkest Vereeniging op de been hield.

Reeds in 1856 werd Ketjen verplicht om de schoorsteen te verhogen tot een hoogte van 25 ellen en een doorsnee van 50 Nederlandse duimen.