Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Ketterse.

Ketterse

Voorbeeldzinnen (20)

Ook is er een Zeeuwse ketterse prediker, Tanchelm.

Die test neem ik aan de deur bij al die ketterse gebedshuizen graag hoogstpersoonlijk af.

Een moskee, zegt u? Jazeker, maar een sjiitische; die lieden hangen een ketterse versie van het geloof van de vrede aan, dus dan mogen ze dood.

Ik verkies het ketterse paradijs van de aarde, deze vergankelijke, materiële werkelijkheid.

Nog los van de doodstraffen op "ketterse" gedachten; de gematigden hebben ongelijk.

Raar die beschavingen waren wel ketterse tussenspelen.

Cuper kwam op voor de belangen van zijn hoogleraren en verdedigde vol overgave de bibliotheek van het Athenaeum, die volgens de katholieke geestelijken was gevuld met ketterse boeken.

De Griekse tekst was door de ketterse Byzantijnen en de Hebreeuwse door de ongelovige Joden overgeleverd.

Dit was het onderdeel van de bibliotheek waar verboden, ketterse, immorele of verdachte boeken werden ondergebracht zoals protestantse Bijbels, werken van Erasmus of Jansenius en alles wat niet strookte met de Rooms-katholieke orthodoxie.

Een ketterse monnik voorspelde hem en zijn dier een spoedige dood.

Het manicheïsme werd overigens later als ketterse leer veroordeeld.

Het motief bij de bogomielen was echter dat de wereldse goederen inherent kwaad en door de duivel gecreëerd waren en dit werd als een ketterse opvatting gezien.

Hierin wordt hij voor de eerste keer als een ketterse gnosticus beschreven.

Hij begon zich echter tegen de roomse kerk af te zetten en 'ketterse ideeën' te uiten, waardoor hij zowel uit het ambt als geestelijke werd gezet als zijn functie als hoogleraar verloor.

In de praktijk vormde het beroep op die geloofszin vaak een argument voor ketterse strekkingen binnen de nog jonge kerk om hun dubieuze denkbeelden te verkondigen en al te creatief met de Bijbelse geschriften om te gaan.

Pomerius verhaalt verder dat Ruusbroec veel tegenstand ondervond bij het ontmaskeren van de "rokerige en ketterse geschriften".

Teitelbaum en zijn haredi hebben altijd vastgehouden aan deze 'Drie Eden' en zien zichzelf als de heilige rest van het jodendom, tegenover ketterse joden en afgevallen zionisten.

Tijdens het pastoraal concilie te Noordwijkerhout in 1969 ervoer ze een 'dictatuur' voor de Nederlandse katholieken en schrok ze van de instemming met de 'ketterse' nieuwe catechismus.

Toch werd hij, na tussenkomst van de Raad van State, door de landvoogd niet benoemd en dit vanwege zijn vader, die had meegewerkt met de ketterse vijand.

Uit het verhoor bleek hun 'ketterse' gezindheid.