Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Keurvorstelijke.
Keurvorstelijke
Voorbeeldzinnen (20)
Al spoedig versterkte hij de keurvorstelijke hofkapel en werd in 1788 met salaris aangesteld in dit ensemble.
De keurvorstelijke waardigheid ging wisselen tussen beide linies.
De Reichsdeputationshauptschluss van 1803 leverde Hessen-Kassel de keurvorstelijke waardigheid op.
Hij bevrijdde Boppard van de keurvorstelijke jurisdictie en tol, maar de vreugde was van korte duur want met de inlossing van het pandschap overschreed de koning zijn bevoegdheden.
In paragraaf 31 werd geregeld dat de aartshertog-groothertog de keurvorstelijke waardigheid ontving.
Legrand kwam na de vroege dood van zijn ouders samen met zijn broers Peter en Christian naar München in de familie van zijn oom Claudius Legrand, die toen balletmeester van keurvorstelijke ballet was.
Op 6 mei 1689 liet generaal Henri d’Escoubleau de Sourdis de keurvorstelijke burcht door zijn troepen neerbranden.
Na het uitsterven van de linie Wittenberg in 1422 trachtte Lauenburg opnieuw de keurvorstelijke waardigheid te verkrijgen.
De Hessische Orde van de Gouden Leeuw stond de Hessisch-Darmstadse groothertogen na het uitsterven van de keurvorstelijke tak van het Huis Hessen in 1866 als huisorde ter beschikking en is eveneens zeldzaam.
De opbrengsten liet hij direct in de staatskas vloeien en de rijke bibliotheek van de Abdij van Lorsch voegde hij samen met de keurvorstelijke bibliotheek.
De verlening van het markgraafschaap Brandenburg met de daaraan verbonden keurvorstelijke waardigheid aan de burggraven doet de macht van deze tegenstander enorm groeien.
Hiervoor werd hij door de Reichsdeputationshauptschluss (1803) ruimschoots schadeloos gesteld met gebieden die aan Keur-Mainz hadden toebehoord, de vrije Rijksstad Gelnhausen en de keurvorstelijke waardigheid, die hij als Willem I op 15 mei aannam.
Hij werd hiervoor beloond met het grootste deel van de Ernestijnse gebieden en de keurvorstelijke rechten.
Nadat er op 6 augustus 1806 een eind was gekomen aan het Heilige Roomse Rijk waren ook de keurvorstelijke rechten verdwenen.
Na het uitsterven van deze zijtak viel hun bezit terug aan de keurvorstelijke hoofdtak.
Op 19 december 1692 ontving hertog Ernst August van Brunswijk-Lüneburg de keurvorstelijke waardigheid.
Op de Regensburger deputatendag van 1620 krijgt de hertog voorlopig de keurvorstelijke waardigheid dit tot dan toe met het Paltsgraafschap aan de Rijn was verbonden.
Door de Gouden Bul van 1356 ging de keurvorstelijke waardigheid verloren die exclusief aan de oudere linie in de Palts kwam.
Er werd bepaald dat de geestelijke keurvorstelijke waardigheden van Trier en Keulen opgeheven werden en dat die van Mainz werd overgebracht naar het vorstendom Regensburg, dat daarom ook wel het Keurvorstendom van de aartskanselier genoemd werd.
Het grootste deel van het keurvorstendom en de keurvorstelijke rechten werden door de keizer als beloning hiervoor aan de Albertijnse tak geschonken.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl