Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Keuvelden.

Keuvelden

Voorbeeldzinnen (6)

Terwijl ze in de potten roerden, keuvelden ze vooral over kerst en cadeautjes, met Opbrouck als de immer plezante gastheer op het zomerse kerstfeest.

Keuvelden over de toekomstige naam en toen een dikke BOEM.

Waarschijnlijk ging het over auto’s of horloges waar de twee fenomenen al eerder over keuvelden.

Ook deze meisjes hadden de tijd en keuvelden zoals tienermeisjes doen, maar wel in een nieuw en spannend decor.

Zoals hun ouders eind jaren tachtig keuvelden over putjes en calletjes, hebben jongeren van nu het over bitcoins en andere cryptovaluta.

De vrouwen keuvelden wat af.