Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Kibbelden.
Kibbelden
Voorbeeldzinnen (12)
De twee, die in het kabinet-Johnson kibbelden over belastingbeleid, putten uit hun levensverhalen.
Geheel in lijn met de verdeeldheid tussen de lidstaten (zelfs Wallonië en Vlaanderen kibbelden over de maatregelen) reageerden ook de EU-instituten elk op hun manier op het universeel om zich heen grijpende coronavirus.
Terwijl de verschillende overheden kibbelden over wie waarvoor bevoegd was, was het chaos troef in de rusthuizen.
Intussen kibbelden Israël en Duitsland over de vraag of Kafka nou in de eerste plaats een Joodse of een Duitstalige auteur was geweest.
Maar hij erkent ook dat achter de kleinere stappen waarover de bewindslieden donderdagnacht intensief kibbelden, grote belangen schuilgaan.
Het hele weekend lang kibbelden kopstukken van VLD, SP.
De twee kibbelden donderdag zelfs als een getrouwd stel.
Overigens kibbelden de partijen tijdens de rechtszaak vooral over het standpunt van de provincie Zuid-Holland.
De beide heren, aanstichters van het onheil en zich van geen kwaad bewust, kibbelden onder het genot van een glas met een of ander sapje vrolijk verder over de vermeende leerstellingen Gods.
De zonen en dochters van de beruchte "frondeurs" kibbelden wie het Koninklijk Ontwaken mocht bijwonen, wie het Koninklijke Hemd mocht aanreiken en wie voorrang had, dat wil zeggen wie vóór wie in de stoet mocht lopen.
De buurvrouw was haar beste vriendin en hoewel de twee de gehele tijd kibbelden waren ze beste vrienden en hielden ze van elkaar.
In zijn tweede strijkkwartet kibbelden de vier leden met elkaar.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl