Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Kistje.
Voorbeeldzinnen (20)
Volgens de verpleegster was Hanna al in een kistje gelegd en dat kistje was verzegeld.
Een kistje appels uit Nieuw-Zeeland of Chili kan goedkoper zijn dan een kistje uit de Hollandsche boomgaarden (hoe dan?).
Als het kistje daarbij openvalt, stroomt er een enorme hoeveelheid zand uit: al het zand uit de woestijn waar het kistje vandaan komt.
K. verstopte een kistje onder een auto en nam één kistje mee de woning van S. binnen.
Gewoon persen, de vuilniszak voor driekwart vol in kistje of plastic bak leggen afdekken met een deksel die de ruimte in het kistje afdekt, gaatje prikken dan zoveel mogelijk zware spullen oud ijzer beton op de deksel plaatsen.
Deze wordt zodra alle drie de sommen zijn opgelost en het kistje is gevonden, doorgegeven aan de teamcaptain, zodat deze het kistje kan openen.
Dat kistje bevat vijf appels.
Ik weet wat er in het kistje zit.
Ik ontving de ringen in een fluwelen kistje.
Zet hem dan op een kistje.
Waarom heb je dat kistje met die bij?
Dit kistje is net zo leeg als jouw najagen.
Het is net als mijn kistje met glasplaatjes.
Voor zover ik weet is het gewoon een kistje.
Als Odin dood is, geef ik je het kistje terug.
Binnen een kwartiertje gaan drie pakjes Marlboro á 48 euro over de toonbank, twee kleine Camels voor 19 euro, een klein kistje sigaren voor 22,40 euro.
Dan een parachute met een kistje met eten, drinken en een paar kapmessen.
Door de slechte score mag er echter maar één kistje worden opengemaakt.
Een derde ging naar de slaapkamer en wist daar sieraden uit een kistje te pakken.
Een goede manier om te voorkomen dat het signaal opgevangen en gekloond kan worden, is door je sleutel(s) op te bergen in een metalen kistje.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl