Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Klaag.

Klaag

Voorbeeldzinnen (20)

Maar onder protest want ja, klaag, klaag, mopper, mopper, het moet en kan beter gaan in Nederland.

Ik klaag aan.

Ik klaag niet, en tot op heden heeft ook niemand anders geklaagd, ook al zijn de werkomstandigheden echt bedroevend.

Klaag je of schep je op?

Ik klaag zelden.

Waarom klaag je? Je hebt alles.

En dan klaag ik jullie aan.

Margaret Bishop, ik klaag u aan voor de moord op Audrey Chadwick.

Nee, klaag niet over de problemen van het baas zijn, tegen jouw collega's.

In plaats van dat je het van je afzet, klaag je iemand aan.

Als u hem nog een keer aanhoudt... klaag ik het korps aan.

Als een man in het ziekenhuis niet geholpen wil worden door een vrouwelijke arts dan zet je hem uit het ziekenhuis en klaag je hem aan voor discriminatie.

Blijf er weg of klaag niet.

En anders klaag je hem aan.

En ik klaag niet, ik constateer dat Baudet door zijn gedrag zo volledig is doorgeslagen en de weg kwijt geraakt is, dat in deze mijn sympathie bij Hugo ligt.

Ik klaag nergens over, ik stel vast.

Ik klaag niet over de huizenmarkt, integendeel, het is daarom dat ik had kunnen stoppen.

Jurre Geluk, Dieter Coppens en Paul de Leeuw hebben met elkaar gemeen dat ze ieder een programma maken over mensen die meer te verstouwen hebben dan de doorsnee kwalen, ongemak en gebreken waar ik graag over klaag.

Klaag je over het gesjoemel van de VHP-ministers, dan krijg je steevast te horen, de beste stuurlui staan aan wal, iemand maakte er “VESte stuurlui” van, maar de Abop ministers krijgen alleen maar rommel over zich heen.

Klaag-Kaag werpt elke verantwoordelijkheid van zich af.