Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Klasgenoten.
Klasgenoten
Voorbeeldzinnen (20)
Niet één van mijn klasgenoten woont hier in de buurt.
Dat zijn mijn klasgenoten.
We zijn klasgenoten.
Verlegen jongens werden uitgelachen door hun klasgenoten.
Ze spreekt beter Engels dan elk van haar klasgenoten.
Kun je goed opschieten met je nieuwe klasgenoten?
Kun je goed overweg met je nieuwe klasgenoten?
Kun je het goed vinden met je nieuwe klasgenoten?
Er werd met hem gespot door zijn klasgenoten.
Hij komt goed overeen met al zijn klasgenoten.
Cergey vraagt aan Maria of ze weet wat haar vroegere klasgenoten nu studeren.
Ik probeerde vrienden te worden met de klasgenoten.
Hij kan goed overweg met zijn klasgenoten.
Ze moest hard studeren om haar klasgenoten bij te halen.
Heb je gisteren met je klasgenoten gepraat?
Ze spreekt beter Engels dan al haar klasgenoten.
Ik geef een presentatie voor mijn klasgenoten.
Omdat een van mijn klasgenoten de slappe lach kreeg, konden de anderen hun lach evenmin bedwingen.
Hij staat op goede voet met zijn klasgenoten.
Al Toms klasgenoten wachtten op hem.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl