Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Klatert.

Klatert

Voorbeeldzinnen (14)

Désirée Stevens en haar dochter Saskia van Balen zitten op het terras van de binnenplaats van het historische gebouw, naast hun tafeltje klatert de fontein met een parmantig bronzen beeld van Peter Stuyvesant.

De bandleden zijn ad rem, direct en hebben allemaal ‘iets ongenuanceerds’ over zich, beschouwt Vis, terwijl hagel en natte sneeuw op de ruiten klatert.

Orgelklanken dreunen, er klinken verknipte, middeleeuwse fluiten, er klatert staal.

Als de 98-jarige samen met Verhoef een krans legt, klatert het applaus over het plein.

Europa is verworden tot een grote bananen republiek waar in Brussel het goud klatert en in de EUlanden armoede heerst en gaat heersen!

Applaus klatert als de Initiale Paris in volle glorie onder het doek vandaan komt.

De slotovatie klatert al tien minuten wanneer Muti de strijkers op de voorste rij een hand geeft.

Applaus klatert op, maar hij schrijdt onbewogen verder, nog rechter op dan voorheen.

De lucht is heerlijk fris, de omgeving groen, er fluiten vogeltjes en hier en daar klatert het water van een riviertje.

Op een hoek van het paleis klatert het water van de fraaie Neptunusbron, niet ver van de plaats, waar Savonarola het leven op de brandstapel liet zoals een bronzen plaat in het plaveisel getuigt.

Peter, peter, poef, paf, Die de kinders koek gaf, Gaf er mij geen eene; Ik kreeg hem bij de beenen, Ik smeet hem in het water, En hij plofte, dat het klatert.

In de stilte klatert het plastic op de betegelde vloer.

De man klatert zich om.

In de kas naast de vijver klatert water.