Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Kleeren.

Kleeren

Kleeren | Kleer

Voorbeeldzinnen (12)

Op die manier 'krijgt menige voorbijganger bij deze operatie de schilfers van mazelen en roodvonk op de kleeren, welke ziekten op die wijze van de eene naar de andere slaapkamer worden overgebracht', schreef de krant.

Vlimmeren speler Tiemen Kleeren maakte een hattrick in de wedstrijd tegen Sint- Jozef.

Zij nam het linnen mee, ’s middags kwam een jongmensch met een kar voor de kleeren, kussens, sloopen en handdoeken.

In het Schrijversprentenboek nummer 35, 'Ik maak kenbaar wat bestond’, (Querido, 1993) wordt in de kleine lettertjes van de bio-bibliografie Kleeren maken de vrouw wel genoemd, maar er wordt nergens in de tekst aan gerefereerd.

Daarop verwisselden zij van kleeren, en de last van het paard van den boer werd op dat van Frank overgepakt, dat zonder zadel was.

De Heeren hebben een groot nadeel aan hem gedaan en aan ons ook want als onse kleeren af zijn kannen wij geen nieuw werom krijgen.

Een stelletje van die logge, zware '', die gewend waren den ploeg te trekken, met dikke nekken en korte, gespierde beenen, werden geleid door eenige reservisten in boeren-kleeren.

Ick en heb geen kleeren hy heeft al myn goed.

Maar zooals ik daar lag op den grond, zonder kleeren en geest, en huiverend en met dat badje bewasschen, als kwam ik net zoo uit den schoot van mijn moeder, of neen liever halfdood, ja zelfs mjj zelf overlevende, ja zelfs al kandidaat voor de galg.

Ontvangen van Regenten en Regentessen voor uitzet in kleeren een kastje tot berging van dezelve, benevens f 10.- aan geld.

Ontvangen van Regenten van het Algemeen Weeshuis de gebruikelijke uitzet aan kleeren, benevens de gebruikelijke gift in geld ad Tien Gulden.

Naar de kleeren keek hij niet.