Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Kleinhandel.

Kleinhandel betekenis

de handel die tastbare producten direct aan consumenten verkoopt | een bedrijf die tastbare producten direct aan consumenten verkoopt

Synoniemen van Kleinhandel

Voorbeeldzinnen (20)

De verkoop aan consumenten (kleinhandel) en de afsteekperiode is van 27 december tot en met 1 januari.

Ondertussen is het merk echter ingehaald door Modelo, die nu goed is voor 8,4 procent van de bierverkoop in de Amerikaanse kleinhandel.

Zo adviseerde het Comité voor Kleinhandel plots positief, omdat 5 van de 120 parkeerplaatsen werden omgezet in een fietsenstalling.

Bedienden uit de kleinhandel in voedingswaren (PC 202) kregen 1 procent meer loon.

De 7200 flessen zonnebloem spijsolie waren in het magazijn opgeslagen en werden niet ten verkoop aangeboden aan de kleinhandel.

De meeste flexi-jobbers werken in de horeca en de kleinhandel.

Kijkers en luisteraars, laat mij duidelijk zijn: de Regering zal nimmer toestaan dat de kleinhandel maatregelen treft, zoals het collectief sluiten van winkels, waardoor de bevolking in haar bestaan wordt getroffen.

TERNEUZEN - De makers van reisgids Hello Zeeland schieten Zeeuwse ondernemers in de horeca, kleinhandel en toerismesector te hulp.

Van Campenhout: “Toen door de coronacrisis alle winkels dicht moesten, heb ik samen met Rosalie het plan opgevat om een onlineplatform te beginnen, om de Antwerpse kleinhandel te helpen wanneer de maatregelen in ons land worden versoepeld.

De economische activiteit beperkt zich tot kleinhandel en zelfstandige ondernemingen.

De grootste werkgevers zijn de kantoren van de regering, gevolgd door dienstverlening en kleinhandel.

De kleinhandel volgde met een omzet van 1,2 miljard AUD.

Het in 1932 door de heer A.J.M. van Well te Zoetermeer in Nederland ingevoerde Spar systeem, is duidelijk een redding geweest voor de zelfstandige groot- en kleinhandel.

Het is een lineaire uitloper van de stedelijke kern van Roeselare, met bedrijven, kleinhandel en residentiële lintbebouwing.

In deze functie was hij onder meer verantwoordelijk voor de korte en middellange financiering van groot- en kleinhandel, industriële financiering alsmede de buitenlandse betrekkingen.

Na opheffing van de Oisterwijse zaak vertrok hij naar Den Bosch en later vestigde hij zich in Tilburg als grossier in gloeilampen en later in 1948 had hij een kleinhandel in textielgoederen.

Volgens het Neutraal Syndicaat voor Zelfstandigen (NSZ) zit de kleinhandel alvast niet te wachten op ruimere openingsuren.

De schoonmaaksector valt dit jaar uit de top-vier en wordt vervangen door de kleinhandel.

Dit betekent dat deze producten op elk niveau van de voedselketen weggehaald worden (fabrikanten, groothandel, tot in de verkooppunten van de kleinhandel)", zo meldt het FAVV.

Door de hoge prijzen in de kleinhandel is de consumptie van FCOJ namelijk flink gedaald.