Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Kleinkind.
Kleinkind
Gerelateerde woorden
Kleinkind betekenis
kind van zoon of dochter
Voorbeeldzinnen (20)
Als ik morgen mijn kleinkind van school ga afhalen met mijn ander kleinkind in de buggy ben ik strafbaar.
Natuurlijk heb ik een schattig kleinkind, het is het liefste kleinkind dat ik ken, en ik heb plezier met het ventje.
Zo blijft zijn kleinkind toch zijn kleinkind.
In Vlaanderen spreekt men van achterneef/-nicht (kleinkind van broer of zus) en kozijnskind(eren), een kleinkind van een oom of tante.
Zij was het langstlevende kleinkind van koningin Victoria en overleed bijna honderdvijftien jaar nadat Victoria's eerste kleinkind de dood vond.
Mijn kleinkind is nog een baby.
Zijn kleinkind woont in Nederland.
Haar kleinkind woont in Nederland.
Hun kleinkind woont in Nederland.
Het kind van een kind is een kleinkind.
Waar is je kleinkind?
Deze baby is je kleinkind.
Mijn kleinkind is nog maar een baby.
U gaat zo een kleinkind krijgen.
Hij kan me maar beter niet nog een kleinkind geven.
Hij is mijn eerste kleinkind.
Dan zal ik op mijn kleinkind letten.
Het gebeurt niet elke dag dat een opa kennis maakt met zijn enige kleinkind.
Dat vindt Brigitte van Dijk, die speelgoedcadeautjes uitzoekt voor haar kleinkind.
De studente van het ROC van Twente liet haar vader Saïd verbijsterd achter in zijn flatwoning aan de Hengelose Rossinistraat, waar zijn dochter en kleinkind bij hem inwoonden.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl