Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Kleinzielige.

Kleinzielige

Kleinzielige | Kleinzieliger

Voorbeeldzinnen (20)

Ik weet inmiddels niet meer wat ik erger vind, het kleinzielige gezeik van gekwetste softies of het kleinzielige gezeik over het gezeik van gekwetste softies.

Een land waar hij... zijn dierlijke drang tevreden kan stellen... ver weg van de kleinzielige oordelen van ouders en leraren... en minder slimme klasgenoten.

En als dan eindelijk dat moment daar is dat ook zij het niet meer kan opbrengen dan komen er kleinzielige luitjes uit hun hol gekropen om haar nog even een mes in de rug te duwen.

En wat begin het me tegen te staan, ongelofelijk tegen te staan: Dat domme, dat kleinzielige, dat benepene van die rechtse meute incompetente niksnutten.

En wie daar misbruik van wil maken, om nabestaanden van de zoveelste generatie zwart te maken, gaat zijn kleinzielige gang maar.

Heel Nederland boos omdat iemand die een bekeuring krijgt zich niet volgens de regels van de kleinzielige burgelijkheid gedraagt.

Nederland wordt bevolkt met kleinzielige Dorknopers en Grootgrutten.

Rick zit de rest van zijn leven met zijn kleinzielige gedrag.

Overigens een terechte actie, of reactie van Verstappen en Red Bull, om het niet langer te pikken, na de zoveelste kleinzielige verkondiging van ook maar een mening, na het grote publiek toe.

Wat een ongelofelijke kleinzielige treiterij van die gemeente.

Dit kleinzielige natrappen is juist funest en juist bedoeld om de zaak steeds op scherp te zetten.

Ik zie aan de ene kant een niet onaantrekkelijk powervrouw die onconventionele keuzes durft te maken in een extreem gewelddadig land zonder gezeik over haar kleinzielige gevoelsleven.

Maar ondertussen doen we qua kolderieke, kleinzielige, ondoorzichtige en ineffectieve politiek nauwelijks meer onder voor de Belgen.

Dan kunnen we overal thuis zijn en breken met alle kleinzielige geborneerdheid die eigen is aan het denken in het land waar je thuis hoort en de staat waar je onderdaan van bent.

De Portugese premier António Costa sprak over ‘walgelijke’ en ‘kleinzielige’ opmerkingen van minister Wopke Hoekstra.

Deze mensen leven in een piepkleine wereld met een bekrompen, kleinzielige denkwijze die ze ook aan ons willen opdringen.

Een vakantie is verpest door een paar kleinzielige landgenoten.

Hartstikke sneu dat er nog steeds Nederlanders zijn die meededen aan dit kleinzielige gepest en tribalisme.

Hij was mr. White Supremacy, al lang voordat een Nederlandse moppertante en haar helper MSM dit begrip uit Amerika naar ons kleinzielige ktlandje ging laten overwaaien.

Uiteraard vindt dit kabinet alles best, het komt tenslotte rechtstreeks uit hun kleinzielige kokertje.