Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Kleinzoontje.
Voorbeeldzinnen (9)
Waterpistoolgevecht met mijn kleinzoontje van drie gehad vanmiddag.
Een verlate ophaalopa loopt achter zijn kleinzoontje aan dat door de (speel)tuin van de school hobbelt.
Ze zoekt iets voor haar kleinzoontje van bijna drie.
Dat heb ik gemerkt toen mijn kleinzoontje de hand van Sinterklaas links liet liggen en als een speer richting een Zwarte Piet rende met een deftige grijze sik.
Die kwamen onmiddellijk toegesneld om hulp te bieden en ze hebben ook mijn kleinzoontje opgevangen.
Oei - ik heb zo'n verrassingsei aan mijn kleinzoontje gegeven..
Al die generaals die mij wantrouwen omdat ik niet meer ben dan het kleinzoontje van de grote Kim.
Dat weerhoudt hem er niet van zich de komende tijd met een sponsortocht per handbike in te spannen voor zijn kleinzoontje Jim uit Oldenzaal.
Een kleinzoontje kwam bij haar, even lang als zij.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl