Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Klemden.

Klemden

Voorbeeldzinnen (2)

Zij klemden zichzelf vast tegen het raam, zongen liederen en weigerden te vertrekken na aandringen van de kamerbodes.

Zij had willen gillen: ‘Je liegt, je liegt, je liegt!’, maar zijn gezicht was zoo vlak bij het hare en zijn handen klemden zoo gemeen om haar armen, dat zij niets kon doen dan hem leeg aanstaren.