Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Klerelijer.

Klerelijer

Klerelijer | Klerelijers

Klerelijer betekenis

vervelend, hinderlijk persoon aan wie je een hekel hebt | klootzak, rotvent, kloothommel, schoft, smeerlap, lul

Klerelijer translation to English

Voorbeeldzinnen (11)

Wat is dat 'n klerelijer.

Je mag haar niet van me afnemen, klerelijer.

Knoop ik straks bewust die klerelijer van vroeger op, en dat moeten we niet hebben.

Tyfus- en klerelijer mogen nog wel?

Als Von der Leyen de EU buitengrenzen kan afgrendelen voor zo'n uiterst kleine klerelijer als Covid-19, dan moet het toch zeker lukken om hele grote ongewenstelingen buiten de deur te houden.

Misschien ook een tip als je kinderen hebt: op veel scholen is een rugzak kind (netjes gezegd: een klerelijer) reden voor meer geld en die proppen ze zo naast jou kinderen, dan kijkt niemand meer om naar je kind.

Voor de mensen in de bus wat inspiratie: Kankerlijer, Pleurislijer, Pokkelijer, Takkelijer, Teringlijer, Tyfuslijer, Kolerelijer, Klerelijer.

De kans dat deze klerelijer iets aflost zal nihil zijn, en nog minder als het beest vanaf de gevangenispoort terug naar het Rif-gebergte wordt gesmeten.

Had Dagmar zo’n dertig, veertig jaar geleden over de kermis gelopen, dan had zij waarschijnlijk een ander woord gehoord: ‘klerelijer’.

Kwam hij boven, zei zijn moeder; vuile klerelijer heb je weer in de broek laten schijten voor een kwartje.

Hier in Amsterdam is het schering en inslag: loop je met je kind naar buiten, word je beiden zowat doodgereden door een klerelijer die 3 seconden wil winnen.