Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Klonk.

Klonk

Klonk | Klonken | Klonkt

Voorbeeldzinnen (20)

Ze klonk totaal niet aangedaan, ze deed heel rustig en eloquent haar verhaal en de stem klonk ontwikkeld en niet als die van een jong schoolmeisje.

Het klonk hemels, het klonk subliem.

Plots braken de wolken en een donderend gelach klonk uit het firmament, waarna langzaam in aanzwellend crescendo het lied klonk "Busje komt zo".

Nergens klonk ze als Willow – of hoe klonk die eigenlijk?

Sfeervol klonk het laatste lied 'Nearer my God', dat ook klonk op de Titanic werd gespeeld.

Dat klonk in mijn oren verdacht, want ik meende te horen dat zulke sprekers zoveel afstand namen van hun onderwerp dat hun afkeur er doorheen klonk.

Achterin klonk een schot en werd er een eend tussen de lokkers gegooid, de hond werd daarop uitgestuurd en als hij vertrokken was klonk er ter hoogte van de hond nog een schot en werd er een gans tussen de lokkers gegooid.

Toen er weer motorgeronk klonk uit de bolide van Stubbe na een tiental minuten, klonk er een groot applaus waarbij het gezicht van de afgesleepte Bartos naar donkerrood verkleurde.

Door computertechnologie kon men steeds meer analyseren, waarom iets klonk zoals het klonk.

Er klonk een vreselijk harde piep - de microfoon zong rond.

Er klonk fijne muziek.

Altijd wanneer de schoolbel klonk, staarde Ivan kwijlend in het niets. Na verscheidene mislukte uitdrijvingen ontdekten zijn ouders dat hij een reïncarnatie was van een van Pavlovs honden.

Je lieflijke stem klonk me zeer aangenaam in de oren.

Tom klonk gelukkig.

Nu klonk er muziek en begon men te dansen.

Dat klonk goed.

Dat klonk als een geweerschot.

Tom klonk uitgeput.

Je mooie stem klonk me heel prettig in de oren.

Dat klonk vreemd.