Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Knallen.

Knallen

Knallen betekenis

een hard geluid of knal geven | zich het beste geven | uit elkaar ~

Voorbeeldzinnen (20)

Ik was het gewend te knallen, knallen, knallen: ik zou ik mezelf wel even door mijn herstel knallen.

Je hoort hier op het dorp zoveel zware knallen dat het straks niet meer opvalt als er hier ooit wél een groep terroristen begint te knallen.

De fanatieke voorstanders van knallen e.d., denken nog steeds dat ze de boze geesten met knallen kunnen verjagen.

Het overdag knallen op oudjaar is van de koters 'afgepakt', en het knallen heeft zich nu uitgesmeerd over het hele najaar.

Hetzelfde dier kan in de categorie ‘eten’, ‘leuk om naar te kijken in een kooi’, ‘huidier / niet gekooid’, ‘ongedierte, vrij om af te knallen’, ‘geen ongedierte maar toch vrij om af te knallen’, ‘circusdier’, en ‘wild’ vallen.

Strakkere regels voor knallen met carbid LOSSER (ANP) - Knallen met carbid op oudejaarsdag is aan steeds meer regels gebonden.

Tom weet hoe men de kurken laat knallen.

En waarom zou ik je dochter nu niet overhoop knallen?

Hopelijk knallen ze je door je kop.

Ik zou je het liefst overhoop knallen.

Jij geeft niet op voor ze je overhoop knallen.

Voordatje het weet, knallen ze je neer.

We knallen elkaar bijna neer.

Het ontvlamt bij 152 graden Celsius dus wij gebruiken het om hier uit te knallen.

Wat zijn we aan het knallen vandaag.

Ik heb het recht hem neer te knallen.

Je hebt tien seconden, anders knallen we haar kop eraf.

Automobilisten kunnen er echter maar niet aan wennen en knallen er massaal op.

Beetje aan de F-waarden rommelen, een sluitertijdje op save 1/100e van een seconde knallen.

Bij aankomst van de brandweer sloegen de vlammen hoog uit het voertuig en dat ging gepaard met veel rook en knallen.