Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Knauwend.

Knauwend

Knauwend | Knauwende

Voorbeeldzinnen (6)

Dus daar sta ik: knauwend voor de spiegel.

In één scène steek je, driftig knauwend op een appel, een vlammende monoloog af.

Ze verspreekt zich vaak, haar dictie is soms vreemd knauwend, en haar mond staat een beetje scheef als ze praat.

Niet met een raar accent of heel erg knauwend, maar écht Gronings.

Waarom hij Bouzgaren aanspreekt, zo vertelt Eijlers in plat, knauwend Amsterdams, is omdat hij zit te springen om personeel.

Wie haar eens tegen het opgedirkte lijf liep, en dat was in Berlijn bijna onvermijdelijk, kon vaststellen: in werkelijkheid is Fielding een onbeduidend heksje met een dikke laag pancake en oliedomme conversatie in knauwend Texaans.