Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Knevelden.

Knevelden

Voorbeeldzinnen (12)

De ontvoerders knevelden Tom en Maria en sloten hen op in de kast.

Zij knevelden de slachtoffers en namen SRD 6000 en USD 2000 weg.

Zij knevelden hem en wilden de geldautomaat kraken, maar het is niet gelukt.

Twee gemaskerde overvallers knevelden de nachtwaker en gingen aan de haal met twee vrachtwagens vol elektronica.

Twee assisterende politiemensen knevelden daarna het slachtoffer.

Ze knevelden de beveiligingsmedewerkers en stalen diverse kunstwerken, inclusief een van de slechts 36 schilderijen die aan Vermeer wordt toegedicht.

De twee overvielen de vrouw van de juwelier en knevelden haar met tape.

Drie gemaskerde overvallers bedreigden en knevelden toen de gezinsleden en er werd een schot gelost.

Zij knevelden de vrouw en sloten haar op in de kluis.

De overvallers knevelden Zegwaard, z'n vriendin en bewaker, en namen voor meer dan €10 miljoen aan horloges mee, met daartussen 'hele bijzondere en exclusieve exemplaren'.

Ze knevelden de bewoonster toen die thuis kwam.

Ze sloegen en knevelden de man.