Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Kniertje.

Kniertje

Kniertje | Kniertjes

Voorbeeldzinnen (20)

Als Kniertje geen Kniertje maar Ruth had geheten?

Nou ja, eigenlijk moeten we ook niet bij Kniertje of de bemanning zijn, maar bij de reder en de politiek.

De weduwe Kniertje stuurt haar twee overige zonen Geert en Barend opnieuw naar zee.

Voor de hoofdpersoon, de vissersweduwe Kniertje, die zowel haar man als twee zoons al aan de zee verloren heeft, is er geen andere wereld denkbaar dan het vissersbestaan.

U vergeet de Vlaardingers, Scheveningen en niet te vergeten Katwijk (Kniertje).

Plaats van handeling is vooral het armoedige huisje van de vissersweduwe Kniertje (1e tm 3de bedrijf) en het kantoor van de reder Bos (4de bedrijf).

Flodder, Veronica 20.30 uurNet als Kniertje is Ma Flodder een Hollands archetype.

In een eigen productie van het Zuiderstrandtheater is Loes Luca vanaf 10 september Kniertje in de vissersopera Harde Handen.

Kniertje was, zo is door grammofoon en film gedocumenteerd, in feite een vrome kwezel, die zich in naam van God alles liet aanleunen, zelfs het feit dat uiteindelijk haar héle familie door de zee zou worden verzwolgen.

Actrice Frieda Pittoors, van haar zou je kunnen zeggen dat ze de Moeder Aller Hollandse Zeemannen, Kniertje, speelt.

De bijdrage kan door leerlingen of door hun ouders worden vold … Een nieuwe Kniertje, een furie van een wijf Op Hoop van Zegen van Herman Heijermans door Theatergroep Hollandia, regie Mechtild Prins.

Ze werd vooral populair door haar rol als Kniertje in het beroemde toneelstuk Op hoop van zegen van Herman Heijermans.

Zeven bijrollen zijn geschrapt, wat blijft is een compact gezelschap: Kniertje, vissersweduwe; zoon Geert, oproerkraaier; zoon Barend, ‘beroepsdromer’; Jo, verloofde van Geert; Cobus, broer van Knier, zit in het ouden-van-dagen-huis.

Hij werd landbouwer, eerst in het tuindersbedrijf van zijn vader, en trouwde op 5 mei 1919 met Catharina Schouten, dochter van de herbergier van het plaatselijke café 't Fortuin, Krijn Schouten, en van diens vrouw, Kniertje Bakker.

KNIERTJE: Ik dank U wel, juffrouw.

KNIERTJE: 'n Arm mens wordt wèl bezocht -- regen en regen -- de boel mòst rotte -- d'r was geen houe an -- en zo ga je de winter in -- de harde winter -- ach, ach, ach!

Vooral toen hij hoorde, dat Herman kaarten had voor „Kniertje”, een stuk van Herman Heyermans waarin Krijn vroeger ook wel had gespeeld.

Hij is getrouwd met Kniertje Cornelis, 14 mei 1656 in Scheveningen.

Als Kniertje op de hoogte wordt gesteld van de tragische dood van haar zoon, stort ze volledig in.

Kniertje drijft haar zin door en uiteindelijk gaan de mannen met tegenzin mee.