Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Knipperden.

Knipperden

Voorbeeldzinnen (13)

In de verte knipperden kleine lichtjes.

Weliswaar reed de Mercedes op een voorrangsweg en stonden de verkeerslichten uit (ze knipperden oranje zeggen getuigen) maar voor het Openbaar Ministerie is zonneklaar dat bestuurder van de Mercedes het ongeval heeft veroorzaakt.

We knipperden met onze ogen alsof in een pikdonkere kamer plotseling een felle lamp scheen.

De overbuurman hing zuurstokken in de boom, er hingen lichtjes in de straten, twee huizen verderop knipperden de eerste rendieren en ik zag de eerste dorpelingen met kerstbomen slepen.

In de Van Speykstraat in Arnhem knipperden dinsdagavond alle lichten van de flats in de straat.

Ze knipperden met hun ogen tegen het licht van de schijnwerpers.

Waarschijnlijk is de vrouw de brug opgereden terwijl de waarschuwingslichten al knipperden, maar de slagboom nog niet naar beneden was.

An Lemmens, Astrid Stockman of Zuhal Demir knipperden zichtbaar met de ogen, zich afvragend of ze in een vorige eeuw – of in het geval van Stockman: de prehistorie – waren ontwaakt.

De verdachte reed op een voorrangsweg, waar de verkeerslichten op dat moment niet werkten en oranje knipperden.

Door de storing bleven de spoorbomen naar beneden, knipperden de lampen en rinkelden de bellen.

Alle lampen op de pomphuizen knipperden rood maar er waren geen activiteiten op het terrein.

Op het moment van het ongeluk knipperden de verkeerslichten oranje.

Ik zat met gevouwen handen en gesloten ogen en mijn ogen knipperden heel hard terwijl ik ze gewoon gesloten hield.