Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Knoeier.

Knoeier

Knoeier betekenis

iemand die slecht werk aflevert | iemand die liegt en bedriegt | iemand die zaken door knoeien vies maakt

Voorbeeldzinnen (11)

Dag Rutte, grote knoeier.

Das de staatstelevisie ginder, propaganda voor en van hun grote knoeier aan het roer.

Een knoeier is hij niet.

Je wordt op Google opeens overladen met een eindeloze stroom aan reviews die je neerzetten als de allergrootste knoeier ooit.

En precies in deze roman bewijst Tolstoj dat hij een knoeier is, aldus Follett.

Ik begrijp als VVDer werkelijk niet waarom de partij niet in opstand komt tegen deze knoeier.

In de eerste helft zien we God, De Grote Knoeier, aan het werk tijdens de befaamde zes dagen.

Voor een notoire knoeier die willens en wetens doorgaat, is deze direct toegankelijke informatie voor het publiek misschien nog wel terecht.

Tot de FBI de kunstbezitters uit de kleurrijke droom hielp: ze hadden al die tijd gezwijmeld bij het werk van een knoeier.

WNT KOEKEBAKKER De opvatting van sommigen dat het bereiden van zoetigheden een bedrijf is, een flink man onwaardig, gaf aanleiding tot het gebruik van koekebakker voor: onmanlijk persoon, knoeier, prutser; in het bijzonder: slecht zeeman.

Een strompelaar, een knoeier in de marge.