Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Knokkel.

Knokkel

Knokkel betekenis

het gewricht dat de vingers met de hand verbindt, vooral zichtbaar als men de vingers buigt

Knokkel translation to English

Voorbeeldzinnen (14)

Zo tellen we januari (knokkel), februari (dal), maart (knokkel), april (dal), mei (knokkel), juni (dal) en juli (knokkel).

Een knokkel die zich in ruststand bevindt, wordt als een 0 geprogrammeerd; een knokkel in gebogen positie wordt als een 1 gecodeerd.

De meeste mensen kunnen die blindelings vinden en je hebt feedback als je een knokkel aanraakt (immers voel je die specifieke knokkel, en niet een dubbelzinnig deel van je huid).

Een hommel heeft me op mijn knokkel gestoken.

De verdachte werd in de buurt van het congrescentrum gearresteerd in bezit van "een houten honkbalknuppel, een koperen knokkel, een gebitsbeschermer" en twee chokers, zei openbaar aanklager Nicolas Jacquet.

De Vlaamse actrice heeft in een hotel in Keulen een ‘gigantische smak’ gemaakt, met een gebroken pols en knokkel tot gevolg.

Daarna weer een hoge knokkel van de ringvinger, dus maart heeft 31 dagen.

Je kunt ook met je knokkel de home knop indrukken neem ik aan?

Een tokkel klinkt anders dan een hamerslagje – net zoals een nagel anders tikt dan een knokkel.

Klop met je knokkel tweemaal op het scherm, en er wordt een screenshot gemaakt.

De afstand vanaf de knokkel van de enkel aan de binnenzijde tot aan het punt milt9 is 15 cun.

De knokkel is gemaakt van een uniek zeshoekig thermoplastisch rubber die rechtstreeks is geïnjecteerd in het materiaal.

Handtechnieken bestaan onder andere uit: kappen met de zijkant van de hand, stoten met de uitgestoken knokkel van de wijsvinger, steken met de vingers, pakken met de tijgerklauw.

Ze staan bekend als "knokkel-lopers", omdat ze eigenlijk leunen op hun voorste knokkels wanneer ze lopen.