Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Knolamaniet.

Knolamaniet

Knolamaniet betekenis

giftige paddenstoel met knolvormige voet

Voorbeeldzinnen (20)

Er bestaat een variëteit van de gele knolamaniet: de witte knolamaniet (Amanita citrina var.

De groene knolamaniet (Amanita phalloides), die ook wel de death cap of death angel genoemd wordt, en de kleverige knolamaniet (Amanita virosa) zijn hiervan het meest bekend.

Bijvoorbeeld van de beruchte groene knolamaniet.

Geen citroengele koraalzwammen, geen eikhaas en godzijdank geen groene knolamaniet.

De giftige groene knolamaniet: eet 'm niet.

Koopmanschap: „We hebben in Nederland wel posters verspreid in asielzoekerscentra om de verschillen tussen de groene knolamaniet en de oosterse beurszwam onder de aandacht te brengen.

De gele knolamaniet wordt in het Engels daarom ook wel aangeduid met false death cap.

De groene knolamaniet is zelf resistent tegen alfa-amanitine.

Blijf met je tengels van onze zeer giftige panteramaniet, groene knolamaniet en de vertrouwde vliegenzwam ( rood met witte stippen, u weet wel van kabouter Spillenbeen) af.

Groene knolamaniet is niet geschikt voor de pan.

Het is vooral oppassen voor de groene knolamaniet.

Autoriteiten troffen geen groene knolamaniet meer aan op de plaats waar de familie de paddenstoel had gevonden.

Men heeft er geen groene knolamaniet meer aangetroffen.

Zelfs wanneer men slechts een beetje van de groene knolamaniet eet, kan deze paddenstoel fataal zijn.

Is dit de groene knolamaniet?

Eén van 's werelds gevaarlijkste paddenstoelen groeit ook in Zeeland Dat is de groene knolamaniet.

Verwisseling Als men niet op de kleur van de plaatjes let, is de kleverige knolamaniet gemakkelijk met witte champignonsoorten te verwarren.

Tot het midden van de 20ste eeuw lag het sterftecijfer na consumptie van de groene knolamaniet rond de 70%.

De groene knolamaniet (Amanita phalloides) is één van de giftigste paddenstoelen ter wereld.

Twee gevallen na het eten van soep met zelfverzamelde groene knolamaniet worden beschreven in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (2007).